Steenpuist: diepe ontsteking van een haarzakje

Over furunkels, karbunkels en negenogen

Getty Images

Een gewoon puistje heeft bijna iedereen wel eens, ook na de puberteit. Bij een grote puskop die al zeer doet bij de kleinste aanraking, kan er sprake zijn van een steenpuist. Hoe ontstaat zo’n harde puist? En wanneer moet je ermee naar de huisarts?

Wat is een steenpuist?

Een steenpuist is een diepe ontsteking van een haarzakje. Hierdoor zie je een rode zwelling op de huid met een puskop. De bult kan heel hard aanvoelen, vandaar zijn naam. De medische term voor een steenpuist is furunkel.

Zijn er meerdere haarzakjes bij elkaar in de buurt ontstoken, dan noemen we het een karbunkel of negenoog. Heb je meerdere steenpuisten verspreid over je lichaam of komen je steenpuisten telkens terug, dan wordt er gesproken van furunculosis.

Een oppervlakkige ontsteking van een haarzakje heet folliculitis. Alleen de hals van het haarzakje is dan ontstoken.

Oorzaak steenpuisten

Bacteriën kunnen steenpuisten veroorzaken. Er leven allerlei bacteriën op je huid. Als je huid beschadigd is, kan er een bacterie in een haarzakje terechtkomen en daar voor een ontsteking zorgen. Bij steenpuisten zijn meestal stafylokokken de boosdoener, maar ook streptokokken kunnen tot een furunkel leiden.

Iedereen kan een steenpuist krijgen, maar deze pijnlijke bulten komen vaker voor bij mensen met:

  • Huidaandoeningen waarvan je gaat krabben, zoals eczeem en schurft.
  • Overgewicht.
  • Een verminderde afweer, bijvoorbeeld door medicijngebruik.
  • Diabetes
  • Stafylokok-bacteriën op hun huid of in hun neus (Ongeveer één op de tien mensen draagt de Staphylococcus aureus bij zich, vooral op de huid of in de neus. Deze ‘dragers’ lopen meer risico op steenpuisten.)

Symptomen: hoe herken je een steenpuist?

Eerst ontstaat er een rode plek op de huid. Deze wordt dikker en er komt een gele puskop in het midden van de zwelling. Naarmate de hoeveelheid pus toeneemt, wordt de bult steeds groter en gevoeliger.

Een steenpuist is een stuk groter dan een gewoon puistje. Bovendien kan een steenpuist flink zeer doen en hard aanvoelen. Ook de huid rondom de furunkel kan rood en gezwollen zijn.

Je hele lijf - behalve de handpalmen en voetzolen - is bedekt met kleine haartjes en dus met haarzakjes. Een steenpuist kan dan ook overal op je lichaam voorkomen. Steenpuisten komen echter het meest voor in de oksels, liezen, nek, het gezicht en de neus en op de billen. Ze ontstaan eerder op plekken waar je kleding tegen je huid schuurt en plaatsen waar je meer transpireert.

Diagnose furunkel

De diagnose ‘steenpuist’ is voor een huisarts gemakkelijk te stellen: door je puist te bekijken, weet je dokter al of het om een steenpuist gaat of om een andere huidinfectie. Verder onderzoek is meestal niet nodig.

Behandeling steenpuist

De meeste steenpuisten gaan vanzelf over. Soms moeten ze even ‘rijpen’ en breken ze vervolgens open, waardoor de pus naar buiten vloeit. Dat vermindert meteen de druk, waardoor de pijn afneemt. Steenpuisten kunnen ook heel blijven en vanzelf verdwijnen. Beide varianten genezen (eventueel na het openbarsten) over het algemeen binnen een week. Soms ontstaat er een litteken.

Het is belangrijk dat je je steenpuist niet aanraakt, omdat de pus die erin zit erg besmettelijk is. Smeer er geen zalf op, dat is zinloos. Laat de bult gewoon met rust. Door hem uit te knijpen of er zelf in te prikken, kun je de infectie juist verergeren.

Heb je heel veel last van de steenpuist, krijg je koorts of voel je je niet zo lekker? Ga dan langs je huisarts. Soms besluit deze om de furunkel open te maken met een sneetje. Als je ziek bent, heb je misschien een antibioticakuur nodig om de infectie tegen te gaan.

Steenpuisten voorkomen

Een goede hygiëne helpt steenpuisten voorkomen. Als je regelmatig steenpuisten hebt, is het belangrijk om daar extra op te letten. Blijf van je steenpuist af, was je handen regelmatig met zeep en houd je nagels kort. Leen handdoeken niet uit aan huisgenoot en gebruik elke dag een schone. Draag schoon ondergoed en let er bij je kleding op dat deze niet tegen je huid wrijft.

Komen je steenpuisten telkens terug, dan kun je je lichaam twee à drie keer per week wassen met een zeep die povidonjodium of chloorhexidine bevat. Deze ingrediënten doden bacteriën. Ze zijn zonder recept te koop bij de drogist en de apotheek.

Naar de huisarts?

Meestal gaat een steenpuist uit zichzelf open en geneest de huid daarna binnen ongeveer een week. Of de steenpuist blijft dicht, maar verdwijnt na een paar weken weer. Een bezoek aan de huisarts is dan niet nodig. 

Je moet je steenpuist wel laten behandelen als hij op je neus of rondom je bovenlip zit. Als je je ziek begint te voelen of koorts krijgt, is het slim om je huisarts te bellen. Misschien heb je dan antibiotica nodig. Daarnaast krijg je een antibioticakuur als je extra gevoelig bent voor infecties met stafylokokken of streptokokken. Dat is het geval als je een verminderde weerstand of diabetes hebt. Ook patiënten met een kunstklep in het hart moeten met een steenpuist naar de huisarts.

Als je regelmatig steenpuisten hebt (furuncolose), kan de huisarts onderzoeken of er een onderliggende oorzaak is. Misschien ben je drager van de Staphylococcus aureus of is er iets aan de hand met je afweer.

Bron 
  • Nederlands Huisartsen Genootschap
  • Huidinfo
  • Apotheek.nl