Mijn verhaal: 'Na acht jaar wilde mijn dochter eindelijk met mij praten'

De band met mijn oudste dochter is altijd ingewikkeld geweest. Haar vader en ik gingen uit elkaar toen ze 4 was, dus we waren erg op elkaar aangewezen. De eerste jaren ging dat goed, daarna werd Merel dwars. Toen ze begon te puberen, liep haar gedrag uit de hand. Ze bleef nachten weg, rookte wiet op haar kamer en schold me vaak verschrikkelijk uit. Ik sloeg op zulke momenten helemaal dicht. Mijn tweede echtgenoot, met wie ik trouwde toen Merel 10 was, vond dat ik veel strenger tegen haar moest ­optreden. Ik durfde dat niet, was bang om haar kwijt te raken.

Een paar jaar later gebeurde dat toch. Net toen ik meende dat Merel tot rust was gekomen bij een leuke man. Mijn hart brak. In een appje liet ze me weten dat ze me niet meer wilde zien. Uitleg kreeg ik niet; ze blokkeerde me en toen ik haar met lood in de schoenen belde met een andere telefoon, hing ze meteen op. Dat deed zoveel pijn dat bij haar langsgaan geen optie meer was. ­Bovendien was ik boos. Wat dacht ze wel; dat ze me zo kon behandelen en dat ik nog steeds achter haar aan zou lopen?

De boosheid sleet. De pijn niet. Ik dacht dat ik liefdesverdriet had gehad na mijn scheiding, maar dat was niets vergeleken bij wat ik nu meemaakte. Je kunt beter ingeruild worden als echtgenote dan afgedankt als moeder. Zo op het oog ging ik door met mijn leven. Ik focuste op mijn andere kinderen, maar het gemis was er altijd. Soms kon ik zelfs terugverlangen naar Merels gescheld. Alles beter dan genegeerd worden.

Na acht jaar kwam er een uitnodiging om te komen praten. Bij haar therapeut. Mijn man zei: ‘Je bent gek als je daar op ingaat. Je krijgt vast te horen dat je een slechte moeder bent geweest.’ Natuurlijk ging ik wel. Merel bleek inderdaad veel verwijten te hebben. Dat ik op haar had geleund na de scheiding. Dat zij nooit kind had mogen zijn. Ik sloeg dicht, net als vroeger. Ik stikte bijna in mijn tranen. Ik was de therapeut zo dankbaar dat ze het voor mij opnam. Dankzij haar zijn we in gesprek gekomen. Ik besef nu dat er inderdaad dingen zijn misgegaan toen Merel klein was. Dat spijt me meer dan ik kan zeggen. Dat ik dit erken, heeft Merel goed gedaan. Het heeft haar zachter gemaakt, wat minder ­rancuneus.

Warm is ons contact nog altijd niet. Ik heb het idee dat we allebei op eieren lopen. Maar we doen wel ons best. We bellen trouw elke week en we zien elkaar eens per maand. Onlangs logeerde ik zelfs een paar dagen bij Merel thuis, toen ze haar eerste kind had gekregen. Hoewel ik het moeilijk vond om er te ontspannen heb ik zó genoten. Hoe lastig het soms ook is, ik ben dankbaar dat ik mijn rol als moeder mag vervullen. En de rol van oma, waarop ik lang niet meer durfde te hopen: wát een cadeau.”

Uw verhaal in Plus?
Loopt u rond met iets wat u aan (bijna) niemand durft te vertellen? Deel het met andere Pluslezers; dat mag ook anoniem. Schrijf naar redactie@plusmagazine.nl of naar Redactie Plus Magazine, Postbus 44, 3740 AA Baarn o.v.v. 'Mijn verhaal'.

Bron(nen):