“Het lijkt alsof mijn vingers elk moment kunnen breken”

Saskia's vingers voelen bij koud weer of ze gaan breken

Saskia Fun Roos
Hester Doove

Koude vingers die ineens wit, blauw en rood kleuren, dat klinkt onschuldig. Maar bij Saskia Fun Roos (55) bleek het de ziekte van Raynaud te zijn, een pijnlijke winterkwaal.

“Mijn opa had vroeger een brommer waarmee hij van Den Haag naar Leiden reed. Op het stuur had hij wanten gemonteerd, een soort kappen, zodat zijn handen warm bleven. Ik was vrij jong toen hij overleed en we hebben er nooit over gesproken. Maar toen ik een jaar of vijftien geleden op een koude dag opeens witte vingers kreeg, wist ik: ik heb wat opa had. Het heet de ziekte van Raynaud. Bij kou of stress trekken de kleine bloedvaten samen, waardoor mijn vingers eerst wit en daarna blauw kleuren. Mijn vader vertelde dat opa het ook in zijn tenen had. Dat is mijn schrikbeeld, want het is ontzettend pijnlijk.

Als het koud is, blijf ik maar gewoon zo veel mogelijk binnen

Het gebeurt soms op een frisse zomeravond, maar in de herfst en winter is het sowieso raak. Dan krijg ik uit het niets witte vingers die stijf, pijnlijk en verdoofd aanvoelen, alsof ze zo kunnen breken. Als mijn handen in de warmte weer op temperatuur komen, gaan mijn vingers tintelen en worden warm en rood, wat gepaard gaat met prikkerige pijn.

Er is niets tegen te doen, behalve mijn handen beschermen tegen de kou. Ik heb schapenwollen wanten, die werken het best. En al heb ik het niet in mijn tenen, ik zorg altijd dat mijn voeten warm blijven zodat Raynaud niet wordt gestimuleerd.

Twee jaar geleden zijn we van Den Haag naar het Overijsselse platteland verhuisd. Door de rust en ruimte hier voel ik me veel meer ontspannen. Ik denk dat dit een positief effect heeft, want ik heb nu minder last. Het helpt waarschijnlijk ook dat ik vijftien kilo ben afgevallen en magnesium slik, wat de bloedvaten zou verwijden.

Er zijn ergere dingen dan de ziekte van Raynaud, maar het belemmert mijn leven behoorlijk. Ik zou bijvoorbeeld graag een paar weken naar Zweden gaan, maar dat durf ik niet aan. Zelfs niet in de zomer, want dan kan het daar ook best koud zijn. Een winterse sleehondenvakantie, het noorderlicht zien, het lijkt me fantastisch. Maar stel je voor dat kou en sneeuw iets triggeren waardoor ook de vingers gaan meedoen die nu nog gespaard zijn, of misschien mijn tenen? Dat is het me niet waard.

Wanneer het koud is, blijf ik maar gewoon zo veel mogelijk binnen. Als ik ergens naartoe moet, neem ik het liefst de auto. Als ik de hond uitlaat, pak ik me goed in. De hele winter verlang ik naar de lente en de zomer, dan hoef ik minder op te letten.”

Bron 
  • Plus Gezond