Dit kun je doen voor een goede nachtrust

Als slapen niet lukt

Wie goed slaapt, wordt uitgerust wakker en kan de nieuwe dag weer aan. Helaas ligt 25 procent van de volwassenen regelmatig wakker. Neuroloog en somnoloog Myrthe Boss vertelt wat je zelf kunt doen voor een goede nachtrust.

Een mens slaapt een derde van zijn leven. In die uren krijgt je lichaam tijd om tot rust te komen, afvalstoffen in de hersenen worden opgeruimd en de emoties en herinneringen van de dag worden in je langetermijngeheugen opgeslagen. Terwijl je slaapt, gebeurt er van alles in je hoofd. Chemische processen worden gestart en zenuwen gaan anders werken. “Er gaan andere systemen aan”, zegt slaapdeskundige Myrthe Boss. Zij werkt als neuroloog en somnoloog in het slaapcentrum van Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede. “Je hebt een waak- en een slaapsysteem en bij slaap gaat er automatisch een schakelaar om. Twee belangrijke processen reguleren de slaap: de slaapdruk en de biologische klok. De biologische klok is overdag actief en werkt ’s nachts minder. Zodra het licht wordt in de ochtend gaat de klok weer in de waakstand en word je wakker. De slaapdruk loopt op gedurende de dag. Aan het begin van de nacht is de slaapdruk het hoogst. Daarom heb je aan het begin van de nacht een periode waarin je diep slaapt. Naarmate je langer slaapt, wordt de slaapdruk minder en slaap je lichter.” Per nacht heeft een gemiddelde volwassene zeven tot acht uur slaap nodig. Hoeveel precies, dat wisselt per persoon. Als kind slaap je het beste. Naarmate je ouder wordt, heb je minder slaap nodig. “De meeste ouderen hebben genoeg aan zeven tot zevenenhalf uur per nacht. Dit is een glijdende schaal, je kunt niet zeggen vanaf welke leeftijd dit geldt.”

Lichte slaap, diepe slaap

Bij slapeloosheid (insomnia) werkt de schakelaar van slapen en waken niet zo automatisch. Je kunt niet goed inslapen, wordt ’s nachts wakker en ligt een paar uur te woelen of wordt vroeg in de ochtend wakker en komt niet meer in slaap. Dit kan komen door een onderliggende aandoening, maar ook door bijvoorbeeld leefstijl.

Zo’n 8 procent van de mensen heeft te maken met chronische slapeloosheid. Daarbij blijft het waaksysteem een beetje ‘aan’ staan tijdens de slaap. “Dan blijf je alert in je slaap”, legt Myrthe Boss uit. “Dit kan zich uiten in slaapproblemen zoals in- en doorslaapproblemen, vroeg wakker worden of een combinatie van klachten. We spreken van een slaapstoornis als dit ook overdag tot klachten leidt, zoals vermoeidheid, slaperigheid, concentratieproblemen en je zorgen maken over het slapen.”

Bij een normaal slaappatroon doorloop je een aantal slaapcycli. Zo’n slaapcyclus duurt anderhalf tot twee uur en per nacht herhaal je die vier tot vijf keer. Het is normaal dat je aan het eind van een slaapcyclus even wakker wordt. “Dan ga je van lichte naar diepe slaap of weer terug naar lichte slaap of droomslaap. Toch voelt het voor sommige mensen als een slaapstoornis omdat je aan het eind van de nacht meer lichte slaap en droomslaap hebt. Tijdens die slaap kun je denken dat je wakker bent. Je weet echter wel wanneer je wakker bent, maar niet wanneer je slaapt, want je tijdsbesef is anders. Gelukkig rust je in die periode wel uit. Als je echt lang wakker ligt, doe je er goed aan om er even uit te gaan in plaats van te gaan liggen piekeren.”

Lekker actief

Goede slaapomstandigheden bevorderen de nachtrust, denk hierbij aan een comfortabel bed en een goed geventileerde slaapkamer. Myrthe Boss: “Zorg wel dat je niet langer dan de benodigde slaaptijd op bed ligt, anders bestaat het risico dat je slechter gaat slapen. Dat komt doordat je lichaam als het goed is het verband legt: ik lig in bed en ga slapen. Als je je bed ook gebruikt terwijl je wakker bent, wordt dat verband afgezwakt en slaap je slechter. Probeer verder om de dag goed af te bouwen. Als je overdag maar door raast en niet de tijd neemt om tot rust te komen, ook niet in de avond, kan dat je nachtrust negatief beïnvloeden.” Ook een aanpassing van leefstijl kan helpen om beter te slapen. Zo kan zwaar tafelen in de avond de slaap negatief beïnvloeden. Heb je hier last van, dan kan het helpen om tussen de middag warm te eten. Verder is voldoende beweging overdag, ieder op zijn eigen niveau, goed voor de nachtrust. Flinke activiteit in de avond is juist weer niet zo handig, want daarmee activeer je ook het waakritme in je biologische klok. Het klinkt misschien gek, maar goed wakker worden is een onderdeel van goed slapen. Boss adviseert om ’s morgens het ochtendlicht op te zoeken. “Dit helpt om echt wakker te worden, zeker in de wintermaanden als je het moeilijk vindt om op te staan.”

Ochtendmens/avondmens

Mensen die morgens moeite hebben met wakker worden, hebben ’s avonds vaak geen zin om naar bed te gaan. Dit zijn zogeheten avondmensen. Daartegenover staan mensen die ’s avonds bijtijds onder de wol willen en ’s morgens al vroeg klaarwakker zijn. Dit heeft alles te maken met het type persoon dat je bent. “Het ritme van je biologische klok bepaalt je type. De lengte van het ritme is iets meer dan vierentwintig uur. Als het bij jou korter is, ben je ochtendmens en word je al vroeg in de ochtend wakker. Is de lengte juist langer, dan ben je een avondmens. Je biologische klok bepaalt wat voor jou de beste tijd is om naar bed te gaan. Dit ritme verandert in de loop der jaren. Over het algemeen zijn pubers avondmensen. Naarmate je ouder wordt, word je meestal meer een ochtendmens. Doorgaans krijg je met het klimmen der jaren minder diepe slaap en word je vaker wakker in de nacht. Dat is normaal. Zo lang het niet tot klachten leidt, zien we het niet als een slaapstoornis.”

Dutjesdilemma

Wie ’s nachts slecht slaapt, is overdag waarschijnlijk wat minder fit. Is een siësta dan een goed idee? “Een dutje is prima”, zegt Boss. “Maar het moet geen vervanging zijn van de nachtelijke slaap. Als je slaapproblemen in de nacht hebt, is het niet handig om ter vervanging overdag te gaan slapen. Dat heeft alles te maken met de slaapdruk die oploopt gedurende de dag. Doe je een dutje, dan neemt de slaapdruk af en kun je ’s nachts slechter gaan slapen. Zolang een siësta geen negatief effect heeft op de diepe slaap ’s nachts, is het geen probleem. Maar rust dan liefst aan het begin van de middag, niet aan het einde. Hoe dichter een dutje bij je bedtijd zit, hoe groter het negatieve effect op de nachtelijke slaap. Rust overdag maximaal twintig minuten. Als je dutje langer duurt, kun je in een diepe slaap terechtkomen en dat zorgt er weer voor dat de slaapdruk afneemt.”

Blauw licht in de ban

Wat je ook beter kunt laten: ’s avonds koffiedrinken. Koffie bevat immers de opwekkende stof cafeïne. Het is verstandig om de zes uren voordat je naar bed gaat geen koffie te drinken, maar ook thee en alcohol kun je beter vermijden als je moeite hebt met slapen.

Een slaappil innemen, zoals benzodiazepine, is volgens Boss eveneens een slecht idee. “Ik vind het gevaarlijk. Door die pil ben je minder in balans als je uit bed gaat om bijvoorbeeld te gaan plassen. Ouderen die benzodiazepines gebruiken hebben 60 procent meer kans om hun heup te breken dan ouderen die dit middel niet gebruiken. Slaapmedicatie heeft een bepaalde werkingsduur, en bij ouderen werkt deze vaak langer door. Dus ook het instabiel zijn houdt langer aan. Gebruik ook geen melatonine op eigen initiatief, dit hormoon kan je biologische klok in de war kan brengen en daarmee meer schade toebrengen dan dat het helpt. In zeldzame gevallen wordt melatonine voorgeschreven door de arts, maar dan gebruik je het onder begeleiding en word je goed gemonitord.”

Een laatste advies: mijd blauw licht in de avond. Je ziet het niet, maar dit licht wordt onder meer uitgestraald door de beeldschermen van je televisie, mobiele telefoon, computer en tablet. Je kunt het neutraliseren door een blauwlichtfilter te gebruiken. In normaal lamplicht zit niet veel blauw licht, dus nog wat lezen in bed zal weinig invloed hebben op de slaap.

Van kruiden tot zware deken

Er zijn nogal wat middeltjes op de markt waarvan de makers claimen dat ze helpen om beter te slapen. Denk hierbij aan kruiden, een zware deken en apparaten zoals een slaaprobot of slaapdetector. Slaapdeskundige Myrthe Boss heeft nog geen overtuigende bewijzen gezien dat deze middelen helpen. “Veel moet nog beter onderzocht worden. Belangrijker is eigenlijk de vraag: wat zijn de factoren die ervoor zorgen dat de slaapproblemen aanhouden? Daar kan de huisarts eerst eens naar kijken. Als het nodig is, kan het ook worden uitgezocht in de slaappolikliniek. Wat we willen weten, is: van welke slaapstoornis is er sprake. Als iemand wakker ligt door zorgen of een burn-out, is het belangrijk om te kijken wat daar aan kan worden gedaan. Slaapproblemen moeten niet chronisch worden, en dat is het geval als ze langer dan drie maanden duren.”

Patroon doorbreken

Wie slaapproblemen heeft en er zelf niet uitkomt kan dus het beste eerst naar de huisarts gaan. Die helpt uitzoeken wat het probleem zou kunnen zijn, eventueel samen met een ggz-praktijkondersteuner, en geeft slaaptips. Is er sprake is van een psychisch probleem, dan kun je worden doorverwezen naar een psycholoog. Mensen kunnen door verschillende oorzaken last krijgen van slapeloosheid, zoals een ingrijpende gebeurtenis, een verlies of stress op het werk. Daarnaast lopen bepaalde mensen meer risico op slaapproblemen. “Dit zijn vaak mensen met specifieke karaktertrekken zoals controledrang, een neurotische aanleg en perfectionisme. Als je al met een stressgevoel naar bed gaat, lukt slapen meestal niet meer. Het verband tussen slaap en bed is dan niet meer zo sterk. Dat zijn factoren die slaapproblemen in stand houden. Maar cognitieve gedragstherapie voor insomnia zorgt bij 70 tot 80 procent van de patiënten voor verbetering. Er zijn dus gelukkig manieren om patronen te doorbreken.”

Niet te lang!

De ultieme slaaptip van neuroloog Myrthe Boss: lig niet te lang in bed. Dit kan betekenen dat je minder tijd in je bed gaat doorbrengen dan je nu doet. Ga later naar bed en sta vroeger op en houd dit een paar weken vol. Lig je nu negen uren in bed? Verkort de ligduur dan met anderhalf uur.

Dit artikel verscheen eerder in +Gezond februari 2022. Abonnee worden van het blad? Dat doet u in een handomdraai!