Als emoties je slaap verstoren
Een tijdje minder goed slapen, dat kan gebeuren. Maar als dit langer dan drie maanden duurt, is er sprake van chronische slapeloosheid. Dit zou weleens te maken kunnen hebben met de verwerking van emoties tijdens de REM-slaap, denkt slaaponderzoeker Roxanne Bongers.
Vrijwel iedereen heeft weleens een periode van slecht slapen. Bijvoorbeeld wanneer huisdieren of kleine kinderen je wakker houden, als de buren verbouwen, bij gedoe op het werk of in de familie of bij andere stressvolle gebeurtenissen. Je hebt dan moeite om in slaap te vallen, wordt ’s nachts meermalen wakker of ontwaakt ’s morgens te vroeg. Wanneer dit minimaal drie nachten per week gebeurt en je functioneert daardoor overdag minder goed, is er sprake van zogeheten acute slapeloosheid.
Meestal verdwijnen de slaapproblemen zodra de omstandigheden verbeteren. Maar dat gebeurt niet bij iedereen. Sommige mensen slapen langer dan drie maanden achter elkaar slecht, al zijn hun slaapomstandigheden goed genoeg. Dan spreken we van chronische slapeloosheid. Iets meer dan een op de tien mensen in Nederland en België heeft hier ooit in hun leven last van.
Het gevaar van dutjes
Hoe komt het dat slaapproblemen soms maar niet verdwijnen? Promovenda Roxanne Bongers doet bij het Nederlands Herseninstituut onderzoek naar de mechanismen van slapeloosheid. “Tijdens een periode van slecht slapen kunnen sommige mensen ertegen opzien om naar bed te gaan uit angst om weer wakker te liggen”, vertelt ze. “Hierdoor raken ze gestrest en gespannen, waardoor ze moeilijker in slaap vallen. In bed krijgen ze piekergedachten: zal ik weer slecht slapen? Of: als ik niet goed slaap, kan ik morgen niet goed presteren. Met als resultaat opnieuw een slechte nacht.”
Bij sommige mensen die chronische slapeloosheid ontwikkelen, geeft die stress over slaapproblemen overdag een duwtje richting ander gedrag. “Ze gaan dutjes doen, of ze blijven langer in bed liggen in de hoop dat ze daardoor langer slapen.” Helaas houdt dit de slapeloosheid juist in stand. Dat heeft te maken met een van de mechanismen die de slaap regelen: slaapdruk. Vanaf het moment dat je wakker wordt, neemt de hoeveelheid adenosine in de hersenen toe. Daardoor stijgt de behoefte aan slaap, oftewel de slaapdruk. Als je ’s avonds naar bed gaat met genoeg slaapdruk, val je in slaap. Wanneer je overdag dutjes doet of als je te vroeg naar bed gaat, is de slaapdruk niet hoog genoeg en lig je wakker. Je bent dan nog niet moe genoeg om goed te slapen.
Piekerstop
De meest effectieve behandeling van slapeloosheid is op dit moment cognitieve gedragstherapie. Deze richt zich op het gedrag, de gedachten en emoties die de slapeloosheid in stand houden. Je leert bijvoorbeeld beter om te gaan met piekergedachten. Bongers weet uit ervaring hoe die je wakker kunnen houden. “Toen ik als student meer te weten kwam over slaap, ging ik in eerste instantie slechter slapen. Ik leerde immers hoe belangrijk slaap is en maakte me druk als ik wakker lag. Later ging ik als behandelaar cognitieve gedragstherapie geven. Het belangrijkste wat ik daarvan heb geleerd, is om negatieve gedachten los te laten. Alleen dan kun je goed in slaap vallen. Nu denk ik als ik wakker lig: misschien ben ik hierdoor morgen moe, dat is vervelend maar niet het eind van de wereld, en waarschijnlijk slaap ik de volgende nacht beter want dan heb ik extra veel slaapdruk opgebouwd. Ook leer je tijdens de therapie om realistische verwachtingen te hebben van je slaap. Zo merken veel mensen dat hun slaappatroon verandert als ze ouder worden. Dat is heel normaal en geen reden tot zorg.”
Met cognitieve gedragstherapie leer je ook gedrag af dat goed slapen belemmert. “Het meest effectieve onderdeel is slaaprestrictie, wat betekent dat je tijdelijk minder lang in bed mag liggen. Eerst houd je twee weken lang een slaapdagboek bij. Wanneer daaruit blijkt dat je bijvoorbeeld gemiddeld tien uur per nacht in bed ligt en daarvan maar zes uur slaapt, mag je de periode daarna maar zes uur in bed liggen. Daarnaast mag je overdag geen dutjes doen. Dit zorgt ervoor dat de slaapdruk overdag beter wordt opgebouwd. Hierdoor val je ’s avonds sneller in slaap en word je ’s nachts minder vaak wakker. Vervolgens ga je je bedtijd langzaam uitbreiden, totdat je op een voor jou ideaal aantal uur slaap uitkomt. De korte bedtijden zijn tijdelijk, om de slaap terug te krijgen naar je natuurlijke ritme. Slaaprestrictie is zwaar, maar de resultaten zijn vaak spectaculair. Bij veel mensen die last hebben van slapeloosheid is al binnen een paar weken sprake van een veel betere nachtrust.”
Als je ‘aan’ blijft staan
Het succes van slaaprestrictie laat zien dat te weinig slaapdruk niet de onderliggende oorzaak is van chronische slapeloosheid, denken Bongers en haar collega-onderzoekers. “Wanneer chronisch slapelozen langer wakker zijn, bouwt de slaapdruk op, net als bij mensen zonder slaapproblemen. Dat mechanisme is dus intact.”
Ook een ander regelmechanisme van slaap, de biologische klok, werkt meestal goed bij mensen met chronische slapeloosheid. Uit onderzoek blijkt dat maar bij een klein deel van hen het interne dag-nachtritme niet aansluit op onze natuurlijke dag en nacht, zoals bij een jetlag.
De verklaring voor chronische slapeloosheid moet dus elders te vinden zijn. Bongers en haar collega’s vermoeden dat het te maken heeft met hoe je je emoties verwerkt. Het idee is dat je genen en nare gebeurtenissen in de jeugd ervoor zorgen dat je sterker lichamelijk reageert op wat je meemaakt. Daardoor blijft het lichaam ’s avonds ‘aan’ staan en val je moeilijker in slaap. Na een slechte nacht voel je je vervolgens wéér gespannen en prikkelbaar. Er is dus een wisselwerking tussen stress en slaap.
De verklaring voor chronische slapeloosheid moet dus elders te vinden zijn. Bongers en haar collega’s vermoeden dat het te maken heeft met hoe je je emoties verwerkt. Het idee is dat je genen en nare gebeurtenissen in de jeugd ervoor zorgen dat je sterker lichamelijk reageert op wat je meemaakt. Daardoor blijft het lichaam ’s avonds ‘aan’ staan en val je moeilijker in slaap. Na een slechte nacht voel je je vervolgens wéér gespannen en prikkelbaar. Er is dus een wisselwerking tussen stress en slaap.
Slechte slapers voelen deze emotionele lading de volgende dag vaak nog wél. Het team waar Bongers deel van uitmaakt, vond eerder aanwijzingen dat dit vooral komt door verstoringen van een specifieke fase in de slaap: de zogeheten REM-slaap. “Die is uniek omdat deze fase het enige moment is dat noradrenaline, het ‘stresshormoon van de hersenen’, bijna niet aanwezig is in je brein. Dit zorgt er waarschijnlijk voor dat de emotionele lading van gebeurtenissen kan afnemen. Bij mensen met slapeloosheid zien we verstoringen in de REM-slaap, waardoor de hoeveelheid noradrenaline waarschijnlijk hoog blijft. Hierdoor neemt de emotionele lading van de gebeurtenis ’s nachts niet af en blijven ze zich overdag gespannen voelen.”
Neerwaartse spiraal
Het lijkt erop dat slecht slapen mensen overdag emotioneler maakt, wat de kans op opnieuw slecht slapen vergroot. Deze neerwaartse spiraal kan ook vatbaarder maken voor andere psychische problemen. Bongers: “Wij denken dat dit kan verklaren waarom een aanzienlijk deel van de chronisch slapelozen ook last heeft van bijvoorbeeld angst, depressie of een posttraumatische stressstoornis.”
Onderzoek laat inderdaad zien dat slecht slapen een risicofactor is voor de ontwikkeling van mentale problemen. “De meeste mensen die een traumatische gebeurtenis meemaken, hebben daar even last van, maar uiteindelijk verwerken ze het. Er zijn ook mensen die dan een posttraumatische stressstoornis of depressie ontwikkelen. Dit risico is groter bij mensen die al voor de traumatische gebeurtenis slaapproblemen hadden.”
Langdurig effect
Sommige mensen met slapeloosheid gebruiken slaapmedicatie. Die werkt volgens Bongers minder goed dan cognitieve gedragstherapie. “Door benzodiazepinen val je in slaap, maar de slaapkwaliteit is slechter. Je wordt niet uitgerust wakker. Ook zijn deze medicijnen verslavend. Een ander middel, melatonine, werkt alleen als je problemen hebt met je biologische klok. Bij de meeste mensen met chronische slapeloosheid is dat niet de oorzaak.”
Toch ziet ze dat huisartsen nog steeds vaker pillen voorschrijven dan cognitieve gedragstherapie, mogelijk omdat zij daarmee minder bekend zijn. Ook vergoeden zorgverzekeraars de behandeling niet altijd of niet volledig. In België wordt deze deels vergoed via de ziektekostenverzekering, mits uitgevoerd door een erkende therapeut. “In Nederland wordt cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid alleen vergoed binnen de geestelijke gezondheidszorg wanneer je al een behandeling krijgt voor een andere mentale aandoening zoals een angststoornis of depressie. Anders moet je zelf een psycholoog betalen.”
Een gemiste kans vindt ze. “Door het slikken van een pil leer je dat je iets nodig hebt om goed te slapen, terwijl je na cognitieve gedragstherapie weet wat je zelf kunt doen om uit te rusten. Je krijgt weer een gevoel van controle over je slaap. De geleerde technieken kun je de rest van je leven toepassen, waardoor deze aanpak langduriger effect heeft. Wij werken er als behandelaars van slapeloosheid daarom hard aan om cognitieve gedragstherapie breder toegankelijk te maken. Hopelijk is dat binnen nu en vijf jaar werkelijkheid.”
MSc Roxanne Bongers is promovenda bij de afdeling Slaap en Cognitie van het Nederlands Herseninstituut in Amsterdam. Ze bestudeert mechanismen die de samenhang tussen slapeloosheid en emotionele problemen verklaren.
Dit artikel verscheen eerder in Plus Gezond maart 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.
- Plus Magazine