Waarom wordt je blaas zwakker in de overgang?

De oorzaken van hormonale incontinentie

De overgang komt vaak met welbekende klachten als opvliegers, stemmingswisselingen en nachtelijke zweetaanvallen. Minder bekend is dat ook de controle over je blaas vermindert. Hoe komt dat? En is er iets aan te doen?

Geen enkele vrouw ontkomt aan de overgang. Na je 45-ste neemt de productie van de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron af en dat geeft meestal klachten. Wat veel vrouwen niet weten, is dat deze oestrogeendaling ook veranderingen in je urinewegen veroorzaakt. Neem de blaas.

Je blaas is een sterk rekbaar hol orgaan, net een ballon. Hij bestaat vooral uit spierweefsel en moet de urine tijdelijk opsparen tot hij vol is. Tijdens het plassen trekken de spieren in de wand van je blaas samen en wordt de urine naar buiten geperst. Onder in de blaas begint de plasbuis. Deze wordt door de sluitspier en de bekkenbodemspieren afgesloten. Zolang je de plas op wilt houden moeten de sluitspier en de bekkenbodemspieren ervoor zorgen dat de uitgang van de blaas dicht is. Tijdens het plassen moeten de sluitspier en de bekkenbodemspieren zich ontspannen, zodat de urine makkelijk naar buiten kan stromen.

Slinkende slijmvliezen

De binnenkant van je blaas is normaliter sterk geplooid, dat helpt de bekkenbodemspieren en de sluitspier bij het ophouden van de urine. Door de daling in oestrogeen tijdens de overgang slinken de slijmvliezen en nemen de plooien af. Hierdoor kan het ophouden van je plas moeilijker worden. Daarnaast veroorzaakt de afname van oestrogeen dunner slijmvlies in de blaas, een veranderde bacteriële samenstelling in de beschermingslaag van de blaas en veranderde blaascontracties. Dit kan allemaal leiden tot blaasontstekingen, incontinentie en vaak aandrang om te plassen ook als de blaas niet vol is (een overactieve blaas).   

Maar dat is niet het enige. Ook je bekkenbodem ondergaat veranderingen door de overgang. Je bekkenbodem ondersteunt zoals gezegd je blaas en speelt daarmee een belangrijke rol bij het ophouden van de urine. De bekkenbodem bestaat uit collageen en spieren, maar door de oestrogeendaling in je lijf, vermindert de hoeveelheid collageen in je lichaam. Daardoor wordt je huid slapper en minder elastisch, maar ook je bekkenbodem minder soepel en je spieren stugger.Dat maakt het moeilijker om je bekkenbodemspieren aan te spannen, waardoor je makkelijker urine verliest.

Baarmoederverzakking

Die bekkenbodem ondersteunt bovendien niet alleen je blaas, maar ook je baarmoeder en endeldarm. Als de banden en de spieren van de bekkenbodem niet sterk genoeg zijn, dan kan de baarmoeder naar beneden zakken, iets wat in de overgang relatief vaak voorkomt.  De baarmoedermond zakt dan tot in de vagina of zelfs naar buiten. De symptomen van een baarmoederverzakking zijn een zeurend gevoel in je onderbuik en rug, een drukkend gevoel in je vagina (het gevoel dat er iets naar buiten komt), problemen met de ontlasting en blaasklachten als urineverlies of terugkerende blaasontstekingen. Zo'n baarmoederverzakking kan ook klachten geven bij het zitten, fietsen en pijn bij het vrijen veroorzaken.

Zo'n verzakking heeft ook weer invloed op de andere organen in je bekken. Zo kan je blaas ook iets verzakken door de druk van de verschoven baarmoeder en door die slappere bekkenbodemspieren en steunweefsels. Ook dat maakt het moeilijker je plas op te houden en zorgt dat je bij hoesten, niezen of sporten kleine beetjes urine kunt verliezen. Dit wordt ook wel stress-incontinentie genoemd. Stress-incontinentie is dus iets wat bij heel veel vrouwen voorkomt tijdens en na de overgang, maar ook een overactieve blaas komt veel voor. Hierbij is de blaas uit balans en hypergevoelig en daardoor moet je vaak plassen, heb je heel vaak het gevoel dat je moet plassen (en komt er bijna niets) of kun je je plas niet ophouden. Daarnaast klagen sommige vrouwen dat ze er 's nachts heel vaak uit moeten omdat ze moeten plassen, iets dat nycturie wordt genoemd.

Je verliest spierkracht

De overgang is overigens niet als enige schuldige aan te wijzen voor de blaasklachten, want ook het feit dat je simpelweg ouder wordt, heeft effect op je spieren. Je verliest spierkracht en -massa (in medische termen sarcopenie). Dat komt door een samenspel van twee factoren: ouderen bewegen minder en krijgen onvoldoende eiwitten binnen. Eiwitten zijn cruciaal voor het behoud van de spiermassa. Maar mensen die ouder worden eten vaak minder en nemen eiwitten ook nog eens minder goed op. Magere, eiwitrijke producten zoals kwark, yoghurt, kippenvlees en vis helpen je spieren in vorm te blijven. Zorg dus dat je er voldoende van eet. Maar de beste remedie tegen spierverlies is krachttraining. En je bent nooit te oud om daarmee te beginnen. Dat betekent niet dat je in de sportschool aan de apparaten hoeft te hangen; ook sporten als bijvoorbeeld pilates zijn prima om je spieren te versterken.

Ook eventuele ziektes kunnen invloed hebben op het functioneren van je blaas. Zo kunnen ziekten als diabetes of multiple sclerosis (MS) zenuwschade veroorzaken, met blaasklachten als gevolg. Bovendien zijn er geneesmiddelen, zoals bepaalde antidepressiva en pijnmedicatie, die een negatieve impact op je blaas kunnen hebben. Als je denkt dat dat bij jou het geval is, kun je met je arts overleggen of een andere dosering of ander medicijn de klachten kan wegnemen.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt blaasproblemen niet altijd voorkomen, maar er zijn wel degelijk dingen die je zelf kunt doen om urineverlies tegen te gaan.

Kegeloefeningen

Bekkenbodemoefeningen, ook wel bekend als kegeloefeningen, zijn oefeningen waarmee je je bekkenbodemspier traint, uitgevonden door gynaecoloog Arnold Kegel. Je kunt daarbij eventueel speciale balletjes gebruiken, zogenoemde bekkenbodemtrainers.

Let op wat je eet en drinkt

Het is verleidelijk om minder te drinken, om ongelukjes te beperken. Maar voldoende vocht is nodig om de blaas gezond te houden en minder drinken kan juist het probleem verergeren. Drink dagelijks anderhalf tot twee liter drinken en zeker niet minder dan een liter. Koffie, thee, frisdrank en alcoholische dranken stimuleren de urineproductie. Dit betekent dat je nieren meer vocht gaan produceren om deze dranken te verwerken en dat je blaas sneller weer vol is. Koolzuur, alcohol en cafeïne prikkelen bovendien je blaas, dus beperk de inname ervan. En energiedrankjes zijn helemaal niet goed, want daarin zitten nog veel meer cafeïnehoudende stoffen in die prikkelend werken op je blaas. Let ook op wat je eet; sommige voedingsmiddelen kun je beter mijden als je urine verliest.

Let op wanneer je drinkt

Drink gedurende de dag kleine hoeveelheden, daarmee voorkom je dat je blaas ineens een grote hoeveelheid vocht moet verwerken waardoor de kans op urineverlies toeneemt. Drink in ieder geval zo'n twee uur voor het slapengaan niets meer.Tijdens je slaap verlies je vocht. Je urine is daardoor meer geconcentreerd en dat kan je blaas weer irriteren. Daarom is het slim zo snel mogelijk na het wakker worden een glas water te drinken.

Let op je gewicht

Ieder pondje extra, drukt extra op je blaas.

Wat kan de dokter doen?

Als je echt last hebt van blaasklachten, is het verstandig de gang naar de huisarts te maken en eventueel een doorverwijzing naar de uroloog te vragen. Deze kijkt - soms samen met een diëtist, gynaecoloog of bekkenfysiotherapeut - wat voor jou een goede oplossing is voor je blaasklachten. Om de vorm van incontinentie en mogelijke oorzaak vast te stellen, kunnen zij verschillende onderzoeken doen:

  • Urineonderzoek
    Hiervoor lever je urine in om een eventuele (chronische) blaasontsteking op te sporen.
  • Mictielijst
    Om inzicht te krijgen in je drink- en plasgedrag moet je een plasdagboek (mictielijst) bijhouden.
  • Flowmetrie
    Dit is een urologisch onderzoek waarbij de functie van de blaas wordt getest. Tijdens het onderzoek plas je in een speciaal daarvoor bestemd toilet, de flowmeter. Deze meet de kracht van de urinestraal en de hoeveelheid urine die je uitplast. Het is belangrijk om te weten of je je blaas helemaal leegplast. Na het uitplassen wordt een uitwendige echo gemaakt om te kijken hoeveel urine er na het plassen in de blaas is achtergebleven. Dit wordt een echo-residu bepaling genoemd.
  • Inwendig onderzoek
    Om te onderzoeken of je blaas of baarmoeder verzakt is, wordt in de vagina gekeken. Ook wordt er gekeken naar de functie en kracht van de bekkenbodem en de beweeglijkheid van de plasbuis. Dit gebeurt door je te laten hoesten, op je hand te laten blazen en door je bekkenbodem aan te spannen.
  • Echoscopie
    Hierbij wordt via de vagina met een echo gekeken naar de baarmoeder en eierstokken. Vergroting van een van beide kan druk op de blaas geven en daardoor incontinentieklachten.
  • Urodynamisch onderzoek
    Via een drukmetertje wordt de blaasvulling en het uitplassen gelijktijdig gemeten. Dit onderzoek wordt door de incontinentieverpleegkundige gedaan.
  • Cystoscopie
    Hierbij wordt in de blaas gekeken of er afwijkingen in de blaas of aan het blaasslijmvlies bestaan.

Afhankelijk van de uitkomst van deze onderzoeken, worden de vervolgstappen bepaald. Dit kunnen bekkenbodemoefeningen onder begeleiding van een bekkenbodemfysiotherapeut zijn, maar ook medicatie of een operatie.