Bank mag verhuur weigeren

Het is niet onredelijk als een huiseigenaar geen toestemming van de bank krijgt om zijn eigen huis te verhuren. Ook niet als de verhuur tijdelijk is en de tijdelijke huurder geen huurbescherming krijgt.

Dat blijkt uit een bindende uitspraak van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening van het Kifid. In 2009 sloot een consument bij Florius een hypothecaire lening af om een huis te kopen. In 2017 wilde de man drie maanden op reis naar het buitenland en in die tijd wilde hij zijn huis verhuren. De bank weigerde toestemming te geven, omdat volgens de bankvoorwaarden de schuldenaar ook de hoofdbewoner moet zijn. Weliswaar kent die regel enkele uitzonderingen, maar een buitenlandse reis wordt niet als uitzondering genoemd. 

Huurinkomsten

De huiseigenaar stapte naar de Geschillencommissie en eiste een schadevergoeding van 2550 euro. In zijn optiek was de weigering van de bank onterecht en daardoor liep hij huurinkomsten mis. De bank had namelijk geen redelijk belang bij de weigering, omdat bij kortstondige verhuur de huurder geen huurbescherming heeft. De Geschillencommissie is het daar niet mee eens. Volgens de algemene voorwaarden is verhuur niet toegestaan en daardoor mag de bank beslissen of zij toestemming geeft of niet. Ook als de huurder geen huurbescherming heeft, kan de bank belang hebben om geen toestemming te geven. Zo zullen huurder minder zorgvuldig omspringen met het huis, waardoor het huis in waarde kan verminderen. Bovendien was het huis gekocht met Nationale Hypotheek Garantie en ook de NHG-voorwaarden staan verhuur niet toe. De bank hoeft de gederfe huurinkomsten daarom niet te vergoeden. 

Bron(nen):