Meeste ouderen wonen thuis

Het merendeel van de ouderen woont thuis en heeft weinig zorg nodig en slechts een klein deel heeft veel zorg nodig. Twintig procent van de ouderen gebruikt tachtig procent van de zorguitgaven voor ouderen.

Dat blijkt uit de eerste Monitor zorg voor ouderen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De meeste 65-jarigen zijn vitaal en gebruiken nauwelijks meer zorg dan de gemiddelde Nederlander. Maar de gemiddelde zorgkosten stijgen sterk op hoge leeftijd. Voor 85-plussers liggen de gemiddelde kosten vier keer hoger dan de kosten voor mensen tussen 65 en 75 jaar. Nu gaat 48 procent van de totale zorguitgaven gaan naar ouderen.

Ander soort zorg

Meer dan de helft van de ouderen maakt gebruik van ziekenhuiszorg. Dan gaat het vaak om intensieve behandelingen. Deze vormt een belangrijk deel van de uitgaven. Bij ouderen tot 75 jaar is ziekenhuiszorg ongeveer 33 procent van de kosten. Met de leeftijd neemt het gebruik van ziekenhuiszorg af en de wijkverpleging en langdurige zorg toe. Boven de 75 jaar zijn dit de belangrijkste zorgvormen. Voor ouderen boven de 85 zijn de kosten voor wijkverpleging en langdurige zorg bijna 75% van het totaal voor deze leeftijdsgroep.

94 procent woont thuis

Verreweg de meeste ouderen (94 procent) wonen thuis. Ook van de 85-plussers woont zeventig procent nog thuis, vaak met ondersteuning van wijkverpleging. Zes procent (189.000) van de ouderen woont in een verpleeghuis. Veertig procent van de uitgaven aan zorg voor ouderen gaat naar deze groep. Sinds 2012 is het aantal mensen in een verpleeghuis gedaald, maar de bewoners hebben gemiddeld wel zwaardere zorg
Dit is de eerste monitor die de NZa uitbrengt over de ouderenzorg. Het gaat om zorg die betaald wordt uit de zorgverzekeringswet, wet langdurige zorg en de wet maatschappelijke ondersteuning.