Consumenten met relatief langzaam internet (tot 100Mbs) betalen gemiddeld meer dan consumenten met sneller internet. De oorzaak is dat het contract van consumenten met langzaam internet steeds stilzwijgend wordt verlengd. De prijs gaat daarbij ongemerkt gestaag omhoog. In de praktijk zijn vooral 65+ consumenten dief van hun eigen portemonnee.
Dat blijkt uit het nieuwe marktonderzoek 'Prijzen van vast internet' van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De ACM noemt dit 'slapende' contracten. Nadat de eerste, vaak voordelige, contractperiode is verstreken, wordt het contract automatisch verlengd. Telecomaanbieders voeren jaarlijks prijsverhogingen door voor bestaande klanten. Het gevolg is dat de abonnementskosten relatief snel oplopen voor zogeheten passieve klanten die niet overstappen en ook geen nieuw contract afsluiten bij de huidige provider.
Hoe langer iemand de eigen internetaanbieder trouw is, des te hoger de 'loyaliteitsboete' wordt. In een paar jaar tijd kan de prijs zomaar tien euro hoger liggen dan bij het afsluiten van het contract. Het gaat daarbij om grote aantallen: bij bijna vier van de vijf internetabonnementen is de eerste periode al verstreken en is het contract stilzwijgend verlengd. Relatief vaak gaat het om 65+ consumenten die klant zijn bij relatief dure telecomaanbieders en een lagere snelheidsabonnement hebben.
Maatregelen
De ACM wil dat telecomaanbieders deze handelswijze gaan veranderen. Op dit moment zijn internetaanbieders wettelijk verplicht klanten actief te informeren over het aflopen van het contract en over de voordeligste tarieven. Op papier is het dus goed geregeld. In de praktijk is dat anders. Uit het ACM-onderzoek blijkt dat telecomaanbieders onvoldoende duidelijke en transparante informatie bieden over contractstatus, prijswijzigingen en snelheidsadviezen. De ACM komt daarom nog voor de zomer met duidelijke richtlijnen hoe telecombedrijven hun klanten moeten informeren bij het aflopen van een contract.
Snelheid
Daarnaast moeten telecomaanbieders hun klanten een passend en onderbouwd snelheidsadvies geven. Voor de meeste huishoudens is een snelheid tussen de 50 en 100 Mbps voldoende. Met slimme marketingtrucs proberen telecombedrijven abonnementen met een hogere snelheid te verkopen. Een voorbeeld is de popcorn-truc. In de bioscoop is een medium popcorn vaak nauwelijks goedkoper dan een large. De bioscoopbezoeker kiest dan vaak voor large. Dat lijkt economischer, maar uiteindelijk betaalt de consument wel meer. Datzelfde mechanisme werkt met internetsnelheden. Voor een paar euro extra heb je een extra snelle verbinding. Het trucje werkt, want meer dan de helft van de consumenten heeft een internetsnelheid van 200 Mbps, terwijl zoals gezegd, de meeste consumenten die snelheid helemaal niet nodig hebben. 50 tot 100 Mbps volstaat voor veel gezinnen. De ACM gaat controleren of aanbieders zich aan de regels houden en eerlijke snelheidsadviezen geven.
Overstappen
Een consument die nu al geld wil besparen op de internetaansluiting kan overstappen naar een nieuwe aanbieder of een nieuw contract afsluiten bij de huidige aanbieder. Voor internetabonnementen met lagere snelheden kan een nieuwe abonnement tot wel 250 euro op jaarbasis schelen, aldus de ACM. Overstappen is mogelijk vanaf het moment dat de looptijd van het contract is verstreken. Voor consumenten met een 'slapend contract' is dat vandaag al. Binnenkort komen op Consuwijzer.nl voorbeeldgesprekken te staan voor consumenten die bij hun huidige aanbieder willen blijven, maar een gunstiger tarief willen.
Op dit moment kosten de voordeligste internetabonnementen met een snelheid van 50 of 100 Mbps tussen de veertig en vijftig euro per maand. Op verschillende vergelijkingssite zijn de aanbiedingen en tarieven van internetproviders te vergelijken. Op Consuwijzer.nl staat informatie over het vergelijken van internetaanbieders en over overstappen.