Griep: zo herken je de klachten en verklein je de kans op complicaties

"Als je gezond bent en een goede afweer hebt, zul je minder snel ziek worden"

Man en vrouw liggen samen in bed met griep
Getty Images

Moe, koorts, spier- en keelpijn; zodra de ‘r’ in de maand zit, duikt de griep weer op. Nu gaat dit bijna altijd vanzelf over, maar voor kwetsbare groepen kan het gevaarlijk zijn. Hoe voorkom je besmetting en complicaties?

Meestal begint griep onschuldig. Je hebt een beetje keelpijn, voelt je rillerig en bent moe. Kan ook een koutje zijn. Maar als de vermoeidheid, koorts en spierpijn inslaan als een mokerslag en je alleen nog maar in bed wilt liggen, is er meer aan de hand. Je hebt griep. Hoewel dat meestal vanzelf overgaat, kun je er weken mee uit de running zijn.

Prof. dr. Patricia Bruijning is epidemioloog aan het UMC Utrecht en doet onderzoek naar griep. Het belangrijkste verschil met een verkoudheid: de aard en de ernst van de symptomen. “We spreken van verkoudheid als de klachten vooral in de bovenste luchtwegen zitten, zoals keelpijn, hoesten en een verstopte neus. Vaak gaat verkoudheid ook gepaard met wat vermoeidheid. Bij griep gaat het om plotselinge, ernstigere klachten zoals hoge koorts, rillingen, spierpijn, hoofdpijn en extreme vermoeidheid. Daarnaast is meestal ook sprake van verkoudheidsklachten. Beiden kunnen door verschillende virussen worden veroorzaakt. Een en hetzelfde virus kan bovendien zowel verkoudheid als griep veroorzaken. Maar de mate waarin afzonderlijke virussen verkoudheid of juist griep veroorzaken verschilt. Het influenzavirus leidt vaker tot typische griepklachten, terwijl bijvoorbeeld het rhinovirus meestal mildere klachten geeft zonder de heftige koorts en spierpijn die bij griep horen.”

Microdruppeltjes

Er bestaan verschillende virussen die griepklachten kunnen geven, waarvan influenza A en B de bekendste zijn. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) stelt dat jaarlijks ongeveer een op de vijftien mensen wordt besmet met het influenzavirus. “De virussen verspreiden zich voornamelijk via microdruppeltjes in de lucht, afkomstig van niezen, hoesten, praten of zelfs gewoon ademen”, aldus epidemioloog Bruijning. “Die adem je ongemerkt in en zo raak je besmet. De druppeltjes kunnen ook terechtkomen op voorwerpen zoals deurknoppen of kranen. Wanneer je die aanraakt en daarna aan je ogen, neus of mond zit, kun je soms ook besmet raken.”

Zodra de blaadjes gaan vallen, in oktober, krijgen steeds meer mensen griep, met een besmettingspiek tussen december en februari. Dat je ziek wordt van koude lucht is daarom geen gekke gedachte, maar het klopt niet. “Griep komt vooral voor in de winter omdat in die periode meer virussen rondgaan die griepklachten kunnen veroorzaken. Die doen het doorgaans goed als het kouder is. Ook brengen mensen dan meer tijd binnenshuis door, waardoor virussen zich makkelijker verspreiden van persoon tot persoon. Je krijgt dus geen griep van kou, maar doordat je in de winter dichter op elkaar zit. Er bestaat ook zomergriep, omdat sommige virussen juist in de zomer rondgaan. Maar dat zien we minder vaak.”

Dágen in bed

De verschillende griep- en verkoudheidsvirussen veroorzaken veelal dezelfde soort klachten. Het influenzavirus bijvoorbeeld, of het RS-virus dat de laatste tijd veel in het nieuws is, aldus epidemioloog Patricia Bruijning. “Je kunt niet zeggen dat je van het ene virus alleen maar verkouden wordt en van het andere griep krijgt, dat loopt allemaal dwars door elkaar heen. Maar er zijn ook verschillen. Zo geeft het influenzavirus vaker echte griepklachten, denk aan koorts en een rillerig gevoel. Mensen worden er vaker echt ziek van, het blijft niet bij een verkoudheid.” Het RS-virus geeft juist eerder benauwdheidsklachten, vooral bij jonge kinderen.

Verder kan de een meer last hebben van een bepaald virus dan de ander. Hoe komt het dat sommige mensen dagen in bed liggen, terwijl anderen met wat paracetamol en een pakje zakdoeken de dag best goed doorkomen? Dat heeft alles te maken met de opgebouwde afweer. “Ben je al eerder met dit virus besmet geweest, of is het de eerste keer? Hoe lang  geleden is het dat je voor het laatst dit virus had? Kijken we naar het influenzavirus, dan raken mensen gemiddeld eens in de vijf tot tien jaar besmet. Bij jonge en gezonde mensen zorgt besmetting voor een sterke afweer. Maar na verloop van tijd ebt die bescherming weg en word je weer vatbaarder. De opgebouwde afweer is bovendien alleen gericht tegen dat ene virus. Kom je in aanraking met een ander virus, dan kun je alsnog griep krijgen.”

Je weerstand is ook van belang. “Als je algemene gezondheid goed is en je immuunsysteem goed werkt, zul je minder snel ziek worden van een virus. Mensen die medicijnen gebruiken die het immuunsysteem onderdrukken en mensen met diabetes of longproblemen lopen meer risico dat het niet bij een verkoudheid blijft. Bij hen kan het eerder echt griep worden. En dan zijn er nog factoren waar je niets van weet. Bijvoorbeeld welke bacteriën er in je luchtwegen zitten, die kunnen invloed hebben op hoe ziek je wordt en of je griep krijgt. Was die zware verkoudheid afgelopen winter nou influenza, corona of toch een ander virus? Er zijn er zo veel, je hebt geen idee.”

Extra risico 

Iedereen kan griep krijgen, maar voor sommige mensen is het risico groter en zijn de gevolgen ernstiger. Zo hebben 60-plussers een minder sterk afweersysteem waardoor ze sneller besmet raken en vaker complicaties krijgen, zoals longontsteking. Ook mensen met een chronische aandoening zoals een hart- of longziekte (denk aan astma of COPD), diabetes, nierziekten of afweerstoornissen lopen meer risico. Net als mensen met ernstig overgewicht, zwangere vrouwen, baby’s en jonge kinderen bij wie het afweersysteem nog niet volledig is ontwikkeld. Zorgmedewerkers lopen eveneens een grotere kans om besmet te raken én om het virus door te geven.

Of je nou wel of niet tot een risicogroep behoort, het is voor iedereen die geen (ernstige) griep wil krijgen verstandig om zo gezond mogelijk te leven, aldus Bruijning. Al kan dat een besmetting niet voorkomen. “Je kunt nog zo gezond eten, als je iemand met een virusinfectie tegenkomt, is het toch mogelijk dat jij die ook krijgt. Alleen heb je er waarschijnlijk minder last van als je heel gezond bent.”

Zelfs de griepprik voorkomt besmetting niet, al haalt hij wel de scherpe kantjes eraf. Dit vaccin zou volgens Bruijning trouwens eigenlijk ‘influenzaprik’ moeten heten omdat hij alleen tegen het influenzavirus beschermt. “We komen steeds meer te weten over de gevolgen van influenza-infecties, en dat kan verder gaan dan twee weken ellendig in bed liggen. Zo hebben mensen die een ernstige influenza-infectie doormaken in de weken daarna zes keer zo veel kans op een hartinfarct. Met de griepprik kun je dus nog wel verkouden of ziek worden van influenza, maar hij voorkomt een ernstige infectie met alle gevolgen van dien.”

Het genetisch materiaal van virussen verandert steeds. “Vooral het influenzavirus is berucht om zijn snelle veranderingen. Daarom wordt het vaccin elk jaar aangepast aan de variant waarvan de meeste besmettingen worden verwacht en moet je elk jaar opnieuw gevaccineerd worden. Dat geldt ook voor het coronavaccin, omdat hiervan telkens nieuwe varianten opduiken. Bij het RS-virus is dat anders. Dit verandert veel minder snel en daarom hoeft het vaccin niet jaarlijks aangepast te worden.”

Geen medicijn

Er bestaat geen medicijn dat griep kan genezen. Antibiotica helpen niet, die werken alleen tegen bacteriën en griep is een virusinfectie. Genezen is dus vooral een kwestie van tijd en vooral voldoende rust. Tijdens de slaap herstelt het lichaam zich en worden er afweerstoffen aangemaakt. Veel drinken helpt om afvalstoffen af te voeren en uitdroging te voorkomen, zeker bij hoge koorts of veel zweten. Paracetamol kan tijdelijk verlichting geven bij hoofdpijn, spierpijn en koorts.

Het is heel belangrijk om je lichaam de tijd te geven om goed te herstellen. Ga je te snel weer aan de slag, dan vergroot dat het risico op wekenlange vermoeidheid.

Prof. dr. Patricia Bruijning is hoogleraar vaccinatie- en infectiebestrijdingsepidemiologie in het UMC Utrecht. Ze leidde grootschalige studies naar onder andere COVID-19, influenza en pneumokokkenvaccins voor nationaal vaccinatieadvies.

Een andere versie van dit artikel verscheen eerder in Plus Gezond januari 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.

Bron 
  • Plus Gezond