De meesten zijn blij als ze AOW krijgen en met pensioen zijn. Toch blijven mensen steeds vaker werken. Omdat ze het leuk vinden of om beter rond te komen. Er zijn dan wel (belasting)regels waar je rekening mee moet houden.
Zo’n twintig jaar geleden werkte 10 procent van de 68-jarige mannen. Inmiddels werkt van deze groep meer dan een kwart. En vrouwen in deze leeftijdscategorie werken ook vaker door dan vroeger, maar iets minder vaak dan mannen. Fulltime werken is er meestal niet meer bij. Gemiddeld werken mensen met AOW zo’n zestien uur per week. Dat willen ze het liefst volhouden tot hun 75ste. Dan willen ze stoppen. Slechts 13 procent van de werkende mensen met AOW werkt vier dagen per week of meer. Dit blijkt allemaal uit cijfers van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Meer dan de helft van de werkende mensen met AOW blijft na hun pensionering ongeveer hetzelfde werk doen als voorheen, vaak bij hun oude werkgever. Zo’n 40 procent van de gepensioneerden kiest voor ander werk. Dit doen ze vaak via een uitzendbureau voor senioren of als zzp’er. Mensen met een hogere opleiding (hbo of universiteit) werken vaker door dan mensen met een praktische opleiding.
Je AOW en pensioen worden niet minder als je doorwerkt
Waarom werken we door?
De meeste mensen met AOW werken omdat ze het werk leuk vinden. Plezier in het werk staat bij bijna alle werkende senioren bovenaan. Ook geven ze aan dat werken hun het gevoel geeft dat ze nuttig zijn en iets kunnen betekenen voor anderen. Verder vinden werkende AOW’ers de sociale contacten belangrijk. En natuurlijk vinden ze het fijn om geld te verdienen. Dat is voor veel mensen ook een belangrijke reden om te werken, slechts een kwart van de werkende mensen met AOW zegt dat geld geen enkele rol speelt.
Het mag gewoon
Werken terwijl je AOW en pensioen ontvangt mag. Je hoeft er geen toestemming voor te vragen aan je pensioenfonds of de Belastingdienst. Dat is niet altijd zo geweest. Tot voor kort moesten mensen die meer dan vijf jaar vóór hun AOW-leeftijd stopten met werken aan de Belastingdienst een zogenoemde intentieverklaring afgeven, waarin ze vastlegden dat ze niet meer zouden werken. Als ze dan vervolgens toch zouden gaan werken, kon dat een hoge belastingaanslag opleveren. Deze regeling is in 2023 afgeschaft. Nu mag werken na de AOW altijd, ook als je destijds een intentieverklaring hebt getekend.
Recht op ouderenkorting?
Bijverdienen naast je AOW en pensioen heeft geen gevolgen voor de hoogte van je AOW en pensioen. Het kan zijn dat je van je bijverdiensten netto per gewerkt uur meer geld overhoudt dan je jongere collega’s. Dit komt doordat je als AOW’er over de eerste circa €39.000 inkomen per jaar minder belasting betaalt.
Ook de heffingskortingen (korting op de belasting die je moet betalen), zoals arbeidskorting, pakken anders uit. En misschien krijg je ook nog een extra korting op de belasting: als je met AOW, pensioen en je werk minder dan zo’n €45.000 per jaar verdient, heb je recht op ouderenkorting. Houd er wel rekening mee dat bijverdienen gevolgen kan hebben voor huur- of zorgtoeslag.
Zo blijft er genoeg over voor leuke dingen als vakanties
Op belastingdienst.nl kun je een proefberekening maken. En meld het bij Toeslagen als je inkomen verandert. Informeer ook altijd bij de werkgever, want daar zit soms veel ervaring, bijvoorbeeld bij de afdeling personeelszaken.
Trudy Otterspeer (69) heeft twee kinderen en drie kleinkinderen. Ook al ontvangt ze AOW en pensioen, werkt ze nog steeds in haar atelier Ambachtelijk plateel in Gouda. Als enige plateelschilder staat ze op de lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland. “Toen ik 15 was, nam mijn grootvader mij mee naar een plateelschilder. Ik vond dat prachtig, dus al heel jong werd ik leerlingplateelschilder bij de plateelbakkerij Zenith. Veel later werd ik gemeenteambtenaar. Maar op vakantie in Portugal zag ik al die mooie tegeltjes en dacht ik: dat wil ik ook weer. In 2007 ben ik voor mezelf begonnen. Ik gaf vooral cursussen en workshops en maakte werk in opdracht, zoals geboorte- of herdenkingsborden.Ik moest altijd hard buffelen om voldoende inkomen te verdienen, zeker na mijn scheiding. Elke maand wist ik precies hoeveel er moest binnenkomen om de vaste lasten en boodschappen te betalen en iets extra’s te doen. Het is een verademing dat ik nu AOW en pensioen krijg. Dat geeft mij de vrijheid om kunst te maken. Ik barst altijd van de ideeën. Maar met alleen AOW en pensioen blijft er niet veel geld over voor leuke dingen, zoals vakanties. Daarom geef ik nog steeds cursussen, maar veel minder. Workshops geef ik niet meer en de cursussen voor beginners ben ik aan het afbouwen. Ik blijf wel les geven aan gevorderden, omdat ik het belangrijk vind dat het ambacht behouden blijft. Ik wil graag mijn kennis overdragen. Ook maak ik werk in opdracht, want dat hoort bij de traditie van plateel en ik doe het graag. Maar het fijnst is dat ik sinds mijn pensioen meer tijd heb om vrij werk te maken. En dat vrije werk wordt ook nog eens goed verkocht!” |
Vraag altijd een voorlopige aanslag aan
Als je gaat bijverdienen naast AOW en het pensioen, is het handig om bij de Belastingdienst te vragen om een voorlopige aanslag. Daarmee voorkom je dat je te veel heffingskorting krijgt en dus te weinig belasting betaalt. Dat is vervelend, want dan moet je later, bij de aangifte in maart/april bijbetalen. Dit komt doordat de hoogte van de heffingskorting afhankelijk is van je totale inkomen.
De partij die de heffingskorting toepast weet alleen hoeveel AOW of hoeveel pensioen je krijgt, maar kent je totale inkomen niet. In principe past de SVB voor de AOW deze heffingskorting toe, maar het kan ook je pensioenfonds zijn voor het aanvullende pensioen. Het probleem is alleen dat de heffingskorting lager wordt naarmate je totale inkomen stijgt. Zodra je meer verdient dan zo’n €28.000 per jaar daalt de heffingskorting. Dus als je meer inkomens naast elkaar hebt, stijgt het risico dat je te veel heffingskorting ontvangt.
Zonder voorlopige belastingaanslag kom je daar meestal een jaar later pas achter als je de definitieve aanslag ontvangt. Met een voorlopige aanslag weet je eerder waar je aan toe bent. Laat in elk geval aan je werkgever weten dat hij geen heffingskorting moet toepassen. Want als hij dat wel doet, krijg je bijna zeker te veel korting en moet je terugbetalen. Het is belangrijk dat je het vraagt, want veel werkgevers passen standaard heffingskorting toe, omdat ze gewend zijn aan werknemers met maar één inkomen.
Let op bij ziekte en ontslag
Houd er rekening mee dat voor werkenden met AOW bij ziekte andere regels gelden dan voor hun jongere collega’s. Als je AOW hebt, krijg je maar zes weken loon doorbetaald. Je hebt geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een werkloosheidsuitkering. Meestal bouw je ook geen pensioen meer op. Je hebt wel recht op vakantiegeld. En je werkgever is verplicht om minstens het minimumloon te betalen. Dat is in 2026 €14,71 per uur. De ontslagregels zijn voor mensen die AOW ontvangen ook anders dan voor jongeren. Er is niet altijd toestemming nodig van het UWV of de kantonrechter. Bij ontslag krijg je ook geen transitievergoeding mee. Deze vergoeding is bedoeld om gemakkelijker een nieuwe baan te vinden. De vergoeding kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor bijscholing. Het idee is dat je met AOW na ontslag niet genoodzaakt bent om weer werk te vinden. Maar als AOW’er zul je waarschijnlijk niet snel worden ontslagen, want meestal krijg je tijdelijke contracten. Ook doen veel mensen met AOW tijdelijk werk via uitzendbureaus voor senioren, zoals Actief 65+.
Hannie van Thiel (72) is getrouwd, heeft 3 dochters en 7 kleinkinderen. Ze werkt via uitzendbureau Actief 65+ 20 tot 25 uur per week als chauffeur op een busje. Ze haalt ’s ochtends medewerkers van de Action op van station Hoorn en brengt ze ’s middags weer terug. “Mijn man en ik hebben allebei altijd veel gewerkt. Overdag hadden we een baan en ’s avonds maakten we kantoren schoon. Omdat dat schoonmaken zo goed ging, begonnen we ons eigen schoonmaakbedrijf. Dat bedrijf hebben we 30 jaar gehad, totdat we AOW kregen. Omdat we altijd zo druk bezig waren, kunnen we nu niet stilzitten. Daarom vond ik het fijn dat ik na mijn AOW als chauffeur aan de slag kon. Dit werk wil ik nog jaren blijven doen. Ik had al ervaring met chauffeurswerk. Vroeger ben ik 10 jaar buschauffeur geweest bij het Gemeentelijk Vervoerbedrijf (GVB) in Amsterdam. Het is echt stoer om met een bus van 18 meter door de stad te rijden. Daarna heb ik ook nog mijn vrachtwagenrijbewijs gehaald en op mijn 50ste mijn motorrijbewijs. We hebben AOW en ik heb een beetje pensioen van het GVB. Mijn man heeft ook nog een pensioen omdat hij bij de politie heeft gewerkt. In het schoonmaakbedrijf hadden we geen pensioenvoorziening. Dat was te duur. Daarom is ons pensioen geen vetpot. Als we niet zouden werken, zouden we minder vaak uit eten of naar de bioscoop gaan. Maar ik vind het ook leuk om te werken. Je komt onder de mensen. Anders zitten we de hele dag in ons appartementencomplex. Je kunt wel denken: als ik met pensioen ben, ga ik leuke dingen doen. Maar dat had ik na twee dagen ook wel gezien.” |