Nieuwe pensioenwet ‘onacceptabel’

Minister Carola Schouten
Martijn Beekman

Met veel vertraging is de nieuwe pensioenwet voorgelegd aan de Tweede Kamer, maar deskundigen zien nog wel wat haken en ogen en ouderenbonden noemen het voorstel ‘onacceptabel’.

Minister Carola Schouten voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen heeft het nieuwe Wetsvoorstel Wijziging Wet toekomst Pensioenen (Wtp) onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd. Na bijna drie jaar vergaderen ligt er nu een pakket van 73 pagina’s te wachten op de goedkeuring van de volksvertegenwoordiging in de Tweede én Eerste Kamer. Het is de bedoeling dat deze wet vanaf 1 januari 2023 in werking treedt, maar het is de vraag of dat gaat lukken.

Raad van State: ‘Onvermijdelijke spanningen’

Bij een wetsvoorstel hoort een advies van de Raad van State en de Raad is overwegend positief over de plannen, maar plaatst wel enkele kanttekeningen en waarschuwt voor ‘onvermijdelijke spanningen’, omdat er veel op het spel staat. De pensioenfondsen, waar meer dan 90 procent van de werknemers nu verplicht sparen voor een aanvullend pensioen, zitten op een enorm vermogen van inmiddels meer dan 1.800 miljard euro.  Dat lijkt misschien genoeg om aan alle verplichtingen die daar tegenover staan te kunnen voldoen, maar door strakke rekenregels is dit niet genoeg.

Aanvullende pensioenen stijgen daarom al jaren niet meer mee met de inflatie en werden in enkele gevallen zelfs gekort. Gepensioneerden leveren daardoor al jaren koopkracht in en werknemers betalen vaak bijna ongemerkt meer pensioenpremie via het salaris.  

De grote boosdoener is de historisch lage rente, want daarmee moeten de pensioenfondsen rekenen om de dekkingsgraad te bepalen. Die dekkingsgraad geeft aan hoeveel geld er in kas zit ten opzichte van de verwachte verplichtingen in de toekomst. Is deze 100 procent dat zit er voor iedere euro die aan pensioen uitgekeerd moet worden, ook 1 euro in kas. Om mee te kunnen stijgen met de inflatie (ook wel indexatie) is een dekkingsgraad van 110 procent nodig. Veel fondsen lukt dat al jaren niet.  

Deze rekenmethode is één van de belangrijkse redenen om een start te maken met de herziening van het pensioenstelsel, al spelen daarbij ook vergrijzing en de gestegen levensverwachting een rol.

Eigen pensioenpot, met méér risico

Werknemers, werkgevers en de overheid kunnen het moeilijk eens worden over de plannen, waarvan de kern als sinds 2019 op tafel ligt. Die kern is eenvoudig: waar we nu premie betalen voor een duur, maar min of meer gegarandeerd pensioen, krijgen we straks en ‘eigen pensioenpot’. Dat betekent dat je pensioen sterker kan meestijgen of dalen met de resultaten op de beurs. Om risico’s te beperken, is een ‘solidariteitsfonds’ bedacht, dat de grootste klappen op moet vangen.

Pensioenen kunnen volgens dit voorstel eindelijk eerder stijgen als het meezit op de beurs. Naar die ruimte snakten sommige fondsen de afgelopen jaren. De resultaten op de beurs zijn prima, maar door de huidige rekenregels is er nauwelijks ruimte om meer uit te keren aan gepensioneerden.

Ouderenbonden: onacceptabel

Deze kern lijkt eenvoudig, maar roept veel vragen op. Want als gepensioneerde heb je premie betaald en daaruit is een ‘recht’ ontstaan. Kan en mag de overheid dat zomaar wijzigen? Wat gebeurt er met deze opgebouwde rechten? Hoeveel pensioen heb ik eigenlijk opgebouwd en komt dat hele bedrag ook in mijn nieuwe pensioenpot terecht? Wie houdt daar toezicht op? Hoe werkt dat solidariteitsfonds? Wat kost dat en wie kan daar aanspraak op maken? Allemaal 'details' die nog verder uitgewerkt moeten worden.

Daar komt nog bij dat jongeren nu nog meebetalen aan het pensioen van ouderen. Als dat zo gaat van generatie op generatie is dat geen probleem. Maar als je daar ineens mee stopt, heeft een groep als jongere wél meebetaald aan het pensioen van ouderen, maar zijn er geen nieuwe jongeren die aan hun pensioen meebetalen. Dit raakt vooral veertigers en vijftigers en doe moeten gecompenseerd worden. Maar hoe? Een wettelijke plicht voor deze compensatie ontbreekt in dit voorstel. Sommige vakbonden zijn daar kritisch over.

Ouderenbonden hekelen het gebrek aan duidelijkheid over de overgang van het ene naar het andere stelsel en vrezen dat ouderen straks minder pensioen gaan krijgen. Ze noemen de wet in een eerste reactie ‘onacceptabel’. De Consumentenbond pleitte niet voor niets al eerder voor een onafhankelijk pensioenloket. Met dat idee is in het huidige wetsvoorstel niets gedaan.

Rente stijgt

Oppositiepartijen SP, PVV en 50Plus zijn ook zeer kritisch op de plannen en pleiten voor een verhoging van de rekenrente, want dat zou meteen leiden tot hogere pensioenen. Deze kritiek én dit idee zijn niet nieuw, maar sommige deskundigen vrezen dat er dan teveel geld gaat naar huidige gepensioneerden en er straks te weinig overblijft voor jongeren. Dat was misschien zo, maar dit plan heeft nu de wind mee. Waar de rente eerst lag was, is deze nu al langer aan het stijgen en de verwachting is dat rente verder zal stijgen. Dat doet wonderen voor de dekkingsgraden van veel grote pensioenfondsen en daarmee is een belangrijke reden om aan het pensioenstelsel te sleutelen weggevallen. Of dit wetsvoorstel het dus gaat halen in de Tweede Kamer én Eerste Kamer, blijft onzeker.

Auteur