Hoe veilig zijn plug-and-play zonnepanelen?

Stekkerpanelen: slim trucje of risico in huis?

Zonnepanelen aan balkon
Getty Images

Zelf je stroom opwekken met zonnepanelen is goed voor je energierekening én voor het milieu. Je kunt ze op je dak laten leggen door een professionele zonnepaneleninstallateur. Daarnaast zijn er ook zonnepanelen met een stekker, die je zelf kunt plaatsen. Maar hoe veilig is dat eigenlijk?

Zonnepanelen met een stekker, ook wel plug-in zonnepanelen, plug-and-play zonnepanelen of balkonzonnepanelen genoemd, kun je rechtstreeks in een stopcontact steken. De gedachte is simpel: zet een klein zonnepaneel op je balkon, tegen een schutting of op een plat dak en gebruik de opgewekte stroom meteen in huis. Vooral bewoners van appartementen of huurwoningen vinden dat aantrekkelijk, omdat zij vaak geen eigen dak hebben voor een volledig zonnepanelensysteem. Met een stekkerpaneel kunnen ze toch zelf een beetje zonnestroom opwekken, al bestaat er nog wel discussie over veiligheid en regelgeving.

Hoeveel stroom levert het op?

Plug-and-play zonnepanelen bestaan meestal uit één of twee panelen met een kleine omvormer. Die laatste zet de opgewekte zonnestroom om in wisselstroom die geschikt is voor huishoudelijke apparaten. De elektriciteit gaat via een kabel het huis in en wordt direct gebruikt door apparaten die op dat moment aanstaan, zoals een koelkast, modem of televisie. Stekkerpanelen vangen dus vooral het sluipverbruik op van andere apparaten in huis. Is er tijdelijk meer stroom beschikbaar dan het huishouden gebruikt, dan kan de elektriciteit net als bij gewone zonnepanelen terug het elektriciteitsnet in stromen. Een set van twee plug-in zonnepanelen met een totaal vermogen van 860 tot 900 Wattpiek (Wp) levert ongeveer
700 tot 840 kWh per jaar op. Het rendement hangt sterk af van de plaatsing (zuid, oost of west) en de afwezigheid van schaduw. Ter vergelijking: volgens cijfers van onder meer het CBS en Milieu Centraal, het kenniscentrum voor duurzaam leven, gebruikt een gemiddeld Nederlands huishouden ongeveer 3000 kilowattuur elektriciteit per jaar. Een klein stekkerpaneel kan dus ongeveer 10 tot 20 procent van het jaarlijkse stroomverbruik dekken.

Lees ook: Een thuisbatterij met stekker, heeft dat zin?

Wat kost zo’n systeem?

Plug-and-play zonnepanelen zijn relatief goedkoop vergeleken met een traditioneel zonnedaksysteem. De prijs hangt vooral af van het vermogen en de kwaliteit van de panelen en omvormer. Voor een kleine set van één of twee panelen met micro-omvormer liggen de kosten meestal tussen ongeveer 400 en 1000 euro. Omdat er geen installateur nodig is, blijven de kosten beperkt tot de aanschaf en eventueel een montagebeugel. De terugverdientijd hangt vooral af van de aanschafprijs en de hoeveelheid stroom die het systeem opwekt. Met een jaarlijkse opbrengst van ongeveer 300 tot 700 kilowattuur en een stroomprijs van rond de 25 tot 35 cent per kilowattuur kan zo’n systeem jaarlijks grofweg 80 tot 200 euro besparen. In gunstige omstandigheden kan de investering daardoor in ongeveer vier tot zes jaar worden terugverdiend.

Brandgevaar

Zonnepanelen met een stekker lijken aantrekkelijk, maar brengen ze ook veiligheidsrisico’s met zich mee. Normaal gesproken worden zonnepanelen namelijk aangesloten op een aparte groep in de meterkast. Die groep heeft een eigen zekering en kabels die berekend zijn op een bepaalde maximale stroom. Bij stekkerpanelen wordt de stroom echter via een stopcontact de installatie in gestuurd. Daardoor kan er op een groep zowel stroom van het elektriciteitsnet als van het zonnepaneel binnenkomen. In sommige situaties kan daardoor meer stroom door een kabel lopen dan waar die voor bedoeld is. Als bedrading te warm wordt, kan dat in het ergste geval brand veroorzaken. Dit is vooral gevaarlijk als de zonnepanelen worden aangesloten op een groep waar al andere apparaten op zitten die veel vermogen vragen, zoals een droger of wasmachine. Ook in oudere woningen met verouderde bedrading kan dat een probleem vormen. Verkeerd gebruik vergroot  het risico, bijvoorbeeld  aansluiting via een verlengsnoer, stekkerdoos of kabelhaspel. Daarnaast moeten panelen op balkons of platte daken goed worden vastgezet, zodat ze bij harde wind niet kunnen verschuiven of losraken.

Lees ook: Zo maak je zonnepanelen schoon

Hoewel het mogelijk is om deze zonnepanelen zelf veilig aan te sluiten, is het dus belangrijk om je bewust te zijn van de risico's. Milieu Centraal adviseert daarom de installatie toch te laten doen of te laten checken door een erkend vakman. Experts adviseren bovendien om maximaal 800 watt aan zonnepanelen per groep aan. Plaats ze het liefst op een aparte groep waar niets op is aangesloten. Net als bij gewone zonnepanelen moet je stekkerpanelen in principe ook aanmelden bij de netbeheerder. Zo houden ze zicht op hoeveel installaties elektriciteit aan het net kunnen teruggeven.

Hoe zit het met de regels?

Over de installatie van stekkerpanelen is wat discussie. Dat heeft te maken met de Nederlandse installatienorm NEN 1010. Dat is geen wet, maar wel de technische standaard waar installateurs zich aan moeten houden. Volgens deze norm moeten zonnepanelen normaal gesproken via een vaste aansluiting in de meterkast worden aangesloten en niet via een stopcontact. Installateurs mogen ze daarom niet op die manier installeren. Voor particulieren ligt dat anders. Daardoor is het gebruik niet expliciet verboden, maar bevindt het zich wel in een grijs gebied. In België is de situatie inmiddels duidelijker. Daar heeft de energieregulator bepaald dat plug-and-play zonnepanelen onder voorwaarden zijn toegestaan. Zo geldt een maximaal vermogen van ongeveer 800 watt en moeten de systemen automatisch uitschakelen bij stroomuitval. In Duitsland wordt de installatie van stekkerzonnepanelen op balkons - Balkonkraftwerke- zelfs actief gestimuleerd. De populariteit werd geholpen door acties bij grote winkelketens als Lidl, waar balkonzonnepanelen voor enkele honderden euro's te koop zijn. Het maximale vermogen van deze panelen is in Duitsland wel begrensd; ze mogen niet meer dan 800 watt terugleveren. Ook kun je ze niet in een normaal stopcontact steken, maar moet een installateur daarvoor een speciaal soort stopcontact aanleggen. Die krijgt dan ook meteen zijn eigen groep. In Nederland ontbreken zulke duidelijke landelijke richtlijnen nog.

Mag je ze zomaar ophangen?

Veel stekkerzonnepanelen worden aangesloten via een buitenstopcontact, bijvoorbeeld op een balkon of in de tuin. Dat stopcontact moet goed geaard zijn en geschikt zijn voor buitengebruik. Buitenstopcontacten hebben meestal een spatwaterdichte behuizing zodat regen of vocht geen probleem vormt. Het is belangrijk dat de kabel van het zonnepaneel niet via een open raam naar binnen loopt en dat er geen verlengsnoeren worden gebruikt. Als de stekkerpanelen aan het balkon gehangen worden is het ook verstandig de draagkracht van het balkon en de balkonreling te controleren. Vooral bij oudere gebouwen kan dit gevaarlijk zijn. De panelen wegen namelijk zo’n 25 kilo per stuk.

Woon je een VvE, dan mag je overigens niet zomaar een stekkerpaneel aan je balkon hangen; je moet je toestemming vragen via de algemene ledenvergadering (alv). Ben je huurder? Kijk dan in je huurcontract of je toestemming nodig hebt van de verhuurder. Hierin staat of je toestemming nodig hebt voor het aanbrengen van objecten aan de buitenkant van de woning.

Moet je je verzekering informeren?

Bij zonnepanelen op het dak melden veel huishoudens hun installatie bij de opstalverzekering. Bij stekkerpanelen is dat minder duidelijk geregeld. Toch adviseren verzekeraars vaak om duurzame installaties wel te melden. In sommige polisvoorwaarden staan namelijk eisen over elektrische installaties of zelf aangebrachte apparatuur.

 

Auteur 
Bron 
  • Milieu Centraal
  • Vereniging Eigen Huis
  • CBS
  • Energieleveren.nl
  • VREG