Gezamenlijke huishouding met twee of meer personen en de gevolgen voor de AOW

Ik ben een weduwe van 70 jaar en nu wil mijn dochter met haar vriend voor een tijdje bij mij komen wonen. De bedoeling is dat dit een paar maanden zal duren, maar ik weet niet precies hoe lang het uiteindelijk zal zijn. Mijn dochter en haar vriend zullen veel in het buitenland zijn maar ze zullen wel bij mij ingeschreven staan.

We hebben het er nog niet over gehad of ze een vergoeding voor inwoning aan mij zullen gaan betalen. Hoewel we vast wel eens met elkaar zullen eten, zullen ze verder hun eigen leven leiden. Ik wil mijn dochter en haar vriend graag helpen maar ik kan me niet permitteren om een lagere AOW-uitkering te ontvangen. Kunt u mij zeggen of we dit zonder problemen zo kunnen doen?

De hoogte van uw AOW-uitkering  hangt af van uw woonsituatie. Als er volgens de Sociale Verzekeringsbank (SVB) sprake is van samenwonen/een gezamenlijke huishouding dan wordt u gelijkgesteld met gehuwden en zal u gekort worden op uw AOW-uitkering. Degene met wie u samenwoont kan uw partner zijn maar ook een huisgenoot, een vriend, een vriendin of een broer of zus. Alleen wanneer u met uw kind thuis woont, of met uw vader of moeder, bent u niet samenwonend voor de AOW.

Een andere uitzondering kan bestaan als u woont met twee of meer personen. Welke AOW-uitkering u in dat geval ontvangt, hangt af van de situatie wat de andere personen bijdragen aan het huishouden. Bijdragen aan het huishouden kunnen er zijn door een financiële bijdrage of door voor elkaar te zorgen in het huishouden.

In uw situatie woont u weliswaar samen met uw kind maar ook met de vriend van uw dochter. Dit kan in bepaalde situaties leiden tot het terugbrengen van uw ongehuwden-AOW naar een gehuwden-AOW. Om u een zo goed en duidelijk mogelijk antwoord te kunnen geven, heb ik de vraag voorgelegd aan de SVB. Ik heb hierop het volgende antwoord ontvangen.

“In deze situatie gaat het om toetsing aan het begrip ‘bijdragen aan het huishouden’. Hoe dat zit? Bijdragen doe je financieel of op een andere manier, zoals op onze website (SVB) staat. De bijdrage moet a. enige omvang hebben en b. structureel zijn, dus niet af en toe. Dochter en vriend dragen nu nog niet een substantieel bedrag bij aan het huishouden. Ze verblijven bij haar en eten af en toe bij mevrouw maar gaan verder hun eigen gang. We lezen  de casus ook zo dat ze mevrouw ook niet helpen in het huishouden en met klusjes doen. Zij zijn inwonend met de intentie van tijdelijk verblijf.

Stel dat ze wel een bedrag voor kost en inwoning mocht gaan afspreken met het stel: als dit een structurele bijdrage van beide personen van enige omvang is, dan is er sprake van een meerpersoonshuishouden (gezamenlijke huishouding met allebei). En dan behoudt mevrouw haar ongehuwdenpensioen.

De volgende situatie is heel theoretisch (en daardoor waarschijnlijk niet van toepassing): als alleen de vriend van haar dochter een voldoende bijdrage aan het huishouden levert, en de dochter draagt niet bij aan het huishouden, dan heeft mevrouw een gezamenlijke huishouding met de vriend van haar dochter. Haar ongehuwdenpensioen wordt dan omgezet in een gehuwdenpensioen. Andersom is er geen probleem – dus als de dochter alleen een bijdrage levert. Want het hebben van een gezamenlijke huishouding met je eigen kind wordt niet gelijkgesteld met gehuwd zijn.”

Duidelijk zal zijn dat veel zal afhangen van de feitelijke omstandigheden. Desondanks hoop ik u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Mr. Nicole GoudNicole Goud is fiscalist en jurist met jarenlange ervaring in m.n. de belastingadvieswereld (sinds 1987). Tot voor kort was zij werkzaam bij een opleidingsbedrijf voor financiële dienstverlening waar zij lesmateriaal schreef  en ontwikkelde voor o.a. banken, verzekeringsmaatschappijen, accountants en financiële planners op juridisch en fiscaal gebied. Sinds kort is zij eigenaar van Akto, uw erfcoach en meer (www.akto.nu).