Is een AOW-gat te repareren?

Sinds de verhoging van de AOW-leeftijd hebben duizenden vervroegd uitgetreden 65-plussers te maken met een AOW-gat: hun inkomen stopt op hun 65ste, terwijl hun AOW dan nog niet ingaat. Wat nu?

Door het versneld verhogen van de AOW-leeftijd groeit het AOW-gat de komende jaren extra hard. In 2013 ging het om een verhoging van een maand. In 2018 zal de AOW-leeftijd 66 jaar zijn en in 2021 67 jaar. In 2022 gaat de AOW pas in met 67 jaar en 3 maanden. Het jaar daarop wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. Hierdoor loopt de AOW-leeftijd in 2023 en de jaren daarna op tot naar schatting 71 jaar. Het betekent dat een eventueel AOW-gat steeds groter wordt. Was het gat in 2013 maximaal een maand, over vijf jaar kan het maximaal 2 jaar en 3 maanden duren.

Vutters de dupe

Iedereen met een vut-uitkering, prepensioen, functioneel leeftijdsontslag of een vergelijkbare uitkering kan met het AOW-gat te maken krijgen. Ex-militairen en oud-defensiemedewerkers bijvoorbeeld, die verplicht zijn ver voor de AOW-leeftijd met pensioen te gaan, kwamen eind vorig jaar in het geweer tegen het steeds grotere AOW-gat. De minister heeft voor hen compensatie toegezegd.
Een AOW-gat ontstaat als de AOW door de verhoging van de AOW-leeftijd niet meer aansluit op de vut- of vergelijkbare regeling. Soms is de vut-regeling ‘gerepareerd’ en loopt deze door tot de hogere AOW-leeftijd. Dan is er niets aan de hand. Maar een vut-regeling die stopt op 65-jarige leeftijd, laat 65-plussers in een gat vallen. Zij missen de €795 bruto in de maand als samenwonende of €1153 als alleenstaande. Voor wie dit jaar na 31 maart 65 wordt, gaat de AOW pas een jaar later in. Samenwoners missen hierdoor dus €9540, alleenstaanden maar liefst €13.836. Met de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd wordt dit gat alleen maar groter.

Geen AOW-gat

Lang niet iedereen krijgt te maken met een AOW-gat. Werknemers in loondienst zonder vut-regeling blijven na een verhoging van de AOW-leeftijd doorwerken tot hun nieuwe AOW-leeftijd. Zzp’ers en ondernemers bepalen zelf wanneer ze stoppen met werken. Dat kan al voor de AOW-leeftijd, maar dan zullen ze dat zelf moeten financieren. Ouderen met een arbeidsongeschiktheids-, bijstands- of nabestaandenuitkering blijven die uitkering ontvangen tot de AOW-leeftijd.
Met een WW- of Ziektewetuitkering ligt het ingewikkelder, omdat die uitkeringen tijdelijk zijn. Ze lopen door totdat de maximale uitkeringsduur is verstreken. Is dat voor de AOW-leeftijd? Mogelijk is er dan recht op een andere uitkering, zoals IOW of bijstand. Zo niet, dan is er ook een gat.

Overbruggingsregeling

Soms wordt het AOW-gat deels gerepareerd doordat het ouderdomspensioen al ingaat. Dit voorziet niet in een volledig inkomen omdat het AOW-deel nog ontbreekt, maar het gat is dan in ieder geval minder groot.
Voor vutters die vanwege een AOW-gat in financiële problemen komen, is er een overbruggingsregeling (OBR). Dit is een vangnet op minimumniveau voor situaties waarop mensen zich niet konden voorbereiden, bijvoorbeeld omdat ze al niet meer werkten toen de AOW-leeftijd werd verhoogd. Het maximum-bruto-maandbedrag is €1158,80 voor alleenstaanden en €749,12 voor samenwoners. De OBR is een tijdelijke regeling.
De overbruggingsregeling kent twee situaties waarin een uitkering mogelijk is: de vut-uitkering is ingegaan voor 1 januari 2013 of tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015. Wie na 1 juli 2015 met de vut is gegaan of (nog) geen vut heeft, kan geen beroep doen op de overbruggingsregeling.

Criteria

Wie te veel verdient of te veel vermogen heeft, komt niet voor een OBR in aanmerking. Het maandinkomen voor de oude AOW-leeftijd mag niet hoger zijn geweest dan €3103,20 voor een alleenstaande en €4654,80 voor een stel. Het vermogen mag niet meer bedragen dan €25.000. Met een partner is dit het dubbele. Het eigen huis en pensioenvermogen tellen niet mee. Zelfstandigen hebben een extra vrijstelling van €121.474.
Ook de leeftijd speelt een rol bij het recht op OBR. Senioren die op 1 januari 2013 een vut-uitkering ontvingen, hebben alleen recht op een overbruggingsuitkering als ze voor 1 januari 1958 zijn geboren. Ouderen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met de vut zijn gegaan, hebben alleen recht op een overbruggingsuitkering als ze tussen 30 september 1950 en 31 maart 1956 zijn geboren. Zij kunnen een overbrugging krijgen als de vut stopt op hun 65ste of op hun oude AOW-leeftijd.

Inkomensafhankelijk

De overbruggingsuitkering is nooit hoger dan het bedrag dat iemand erop achteruitgaat ten gevolge van het AOW-gat. Daarnaast komen eventuele overige inkomsten geheel of gedeeltelijk in mindering op de OBR. Een pensioen of uitkering wordt er volledig van afgetrokken. Van salaris of winst uit een eigen bedrijf mag je €232,74 houden. Van de overige inkomsten uit salaris of winst wordt twee derde afgetrokken. Bij een inkomen van €1970,94 bruto per maand voor een alleenstaande en €1356,42 voor iemand met een partner is de overbruggingsuitkering gereduceerd tot nul.

Brief van SVB

De overbruggingsregeling lijkt op dit moment geen succes. Iedereen die volgens gegevens van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in aanmerking zou kunnen komen voor de uitkering, krijgt een brief. In 2013 waren dat ruim 30.000 mensen. Nog geen 9000 daarvan hebben een overbruggingsuitkering aangevraagd. Bijna iedereen, ongeveer negen op de tien daarvan, heeft de uitkering ook ontvangen.
In 2015 kregen zo’n 23.000 65-plussers een brief van de SVB. Slechts iets meer dan 4000 vroegen de overbruggingsuitkering aan, waarvan meer dan de helft niet in aanmerking bleek te komen. Ruim 2300 ouderen kregen een overbruggingsuitkering.
Bij nader onderzoek van de SVB bleek dat een deel van de aangeschrevenen toch niet aan de voorwaarden voldeed: ze verdienden te veel of ze hadden te veel vermogen om in aanmerking te komen. Veel ouderen die wel aan de voorwaarden voldeden, kregen uiteindelijk toch geen uitkering, omdat het inkomen ten tijde van het AOW-gat te hoog was, bijvoorbeeld omdat het aanvullend pensioen eerder was ingegaan.

Zelf regelen

De overbruggingsuitkering is een minimumvoorziening van de overheid. Wie daar geen recht op heeft, omdat de vut-uitkering of het vermogen te hoog is, zal zelf maatregelen moeten treffen. Dat klinkt makkelijker dan het is. Mogelijk werkt het pensioenfonds mee aan het vervroegen van het ouderdomspensioen. Het nadeel hiervan is dat het pensioen gedurende de gehele looptijd lager is. Een andere mogelijkheid is weer tijdelijk te gaan werken. Als dat niet lukt, is er misschien spaargeld dat kan worden aangesproken.
Wie nog aan het werk is en overweegt gebruik te maken van een vut-regeling, doet er goed aan te controleren of deze doorloopt tot de nieuwe AOW-leeftijd. Is dat niet het geval, dan is er een AOW-gat waarvoor geen overbruggingsregeling van de overheid bestaat. Is er ook geen overbrugging mogelijk uit eigen middelen of uit een vervroegd pensioen, dan is doorwerken het enige wat erop zit.

Geboren na 30-09-1955: de exacte AOW-leeftijd is nog niet bekend, maar deze is minimaal 67 jaar en 3 maanden. Naar verwachting zal de AOW-leeftijd stapsgewijs verder stijgen. Voor iemand die in 1990 is geboren, geeft de SVB als mogelijke AOW-leeftijd 71 jaar en zes maanden. Die leeftijd is een grove schatting. De exacte AOW-leeftijd is op te vragen op de site van de SVB. Vijf jaar van tevoren is ­duidelijk wanneer iemand AOW krijgt.

'We lopen €20.000 mis'

Vorig jaar februari – op zijn 65ste verjaardag – viel Hans van Eldik in een AOW-gat. Als oud-­militair moest hij al op zijn 55ste met pensioen, dus langer doorwerken zat er niet in. “Het kostte me €450 per maand en dat zes maanden lang, want pas in augustus kreeg ik voor het eerst AOW”, vertelt Van Eldik. Het gat had nog groter kunnen zijn als hij niet alvast zijn pensioen en een uitkering ter hoogte van de AOW had ontvangen. Maar omdat hij daarover AOW-premie moest betalen, ­miste hij bijna 20 procent.

Het AOW-gat kwam boven op twee andere tegenvallers: een wettelijke verlaging van zijn ­uitkering met €65 in 2013 en het vervallen van de AOW-toeslag voor zijn vier jaar jongere vrouw. “Dat laatste wisten we ruim van ­tevoren, dus we hebben gezorgd voor spaargeld.” De verhoging van de AOW-leeftijd heeft het gat wél groter gemaakt, want ook voor zijn vrouw schuift de AOW-leeftijd steeds verder op. “Het totale gat bedraagt nu circa €20.000, als de AOW-leeftijd niet nog verder wordt verhoogd.”

Om het AOW-gat te overbruggen, is het echtpaar Van Eldik zuiniger gaan leven. “We zetten de tering naar de nering. We hebben lidmaatschappen en abonnementen geschrapt. Alle kleine beetjes helpen. Tot mijn 65ste heb ik ook een jaar of vijf gewerkt als taxichauffeur bij het ouderenvervoer, 15 uur in de week. Dat hield ons spaargeld nog een beetje op peil zodat we minder hoefden in te teren.” Inmiddels krijgt Van Eldik een AOW-uitkering voor een gehuwde en hoeft hij geen AOW-premie meer af te dragen. Zijn vrouw moet daar nog tot haar 67ste op wachten. Pas over vijf jaar krijgt het echtpaar een volledige AOW-uitkering voor gehuwden.

Bekijk hier alle AOW-bedragen van 2017 per situatie. 

Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine mei 2017. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

Bron(nen):