Texel: wad een eiland

Reisjournalist Rob van den Dobbelsteen is al zijn hele leven verknocht aan Texel. Hij kent er dan ook de beste plekken.
Woest weer vandaag, maar ook een ­heerlijke najaarszon. Luierend tussen helm en zeepostelein voel je niets van de wind die grote wolken zandkorrels van links naar rechts over het vochtige strand jaagt. Je zou best naar de golven kunnen lopen, maar het is veel aantrekkelijker in het warme duin te blijven liggen. Turend naar dat nooit vervelende schouwspel van water, wind en vogels.
 
Wandelende duinen
Uitwaaien op de Wadden, uitwaaien op Texel. ­Eiland waar ik in de jaren vijftig voor het eerst kwam. Vaak voer ik er vier, vijf, soms wel acht keer per jaar naartoe. Soms voor meerdere dagen. En nooit heb ik me ook maar een seconde verveeld op wat Texelaars ‘Het Gouwe Boltje’ – het gouden bultje – noemen. Texel is ongeveer 25 kilometer lang en 8 kilometer breed. Ongeveer, ja, want de vorm van het ­eiland verandert per dag. Hier een duintje erbij, daar een duintje eraf. Bij zware storm kunnen de zee en de wind flinke stukken duin wegslaan. Op andere plekken slibt juist voordurend zand aan. Zo rukt het eiland stapje voor stapje op naar het oosten. Bijzonder. Maar het is niet de enige reden waarom de ­westkust, de ‘Duinen van Texel’, de status van Nationaal Park kreeg. Want waar elders is het landschap afwisselender? Je hebt er de droge ruigte van de Eierlandse Duinen, de natte valleien van De Slufter, de heidevelden bij De Koog, de donkere bossen rondom de Fonteinsnol (nol ­betekent ‘hoge duin’) en de leegte van het ­Pompevlak.
 
Als je vanaf de boot meteen linksaf slaat, kom je bij strand De Hors en het Pompevlak. Altijd weer word ik daar getroffen door de stilte. Staat er ­weinig branding, dan kun je er een spin zijn web horen weven, beweren Texelaars. Ik ga ernaartoe omdat je er kunt zien hoe zee, wind en stuivend zand een nieuwe wereld creëren. Land dat rilt en trilt, dat uitzet en krimpt, dat wegzinkt en opduikt. Het beweegt als de in het witte licht ­glanzende kwallen die hier bij oostenwind op het strand spoelen. Aan de uiterste zuidpunt van het eiland praalt ook de Kreeftepolder, een zompige chaos van riet, ­orchideeën en parnassia. De roerdomp is er ­gesignaleerd. Kiekendieven en groepjes lepelaars zijn er ook te zien. 
Links: De Hors, waar het zelfs in het hoogseizoen stil is.
Rechts: Texel heeft maar liefst 140 km fietspad.
 

Schapenschuurtjes in de polder

Texel is na Amsterdam de populairste vakantie­gemeente van Nederland. Negenhonderdduizend toeristen ontvangt het eiland per jaar. Maar daar merk je op sommige plekken niets van. Waar ze blijven? De massa gaat waar de massa is. Op de terrasjes in het oude centrum van Den Burg ­bijvoorbeeld. Of op het strand van De Koog. En flanerend in de Dorpsstraat aldaar. De massa bevindt zich nooit op De Hors. En al ­helemaal niet rondom ’t Sandershuis op De Hoge Berg, waarvandaan je Texel in één oog­opslag in al zijn puur Hollandse schoonheid ziet: de skippeboete (schapenschuurtjes), de tuin­walletjes, de stolpboerderijen en de Waddenzee. Het gras is er altijd groen, lijkt het wel, en de luchten altijd hoog. De warme wereld van mijn jeugd. “Wat is dat voor een vogel?” vroeg mijn kleinzoon eens toen we daar fietsten. “Een kluut”, antwoordde opa die normaal gesproken geen merel van een lijster kan onderscheiden. Maar ja, als het over de specialiteiten van Texel gaat… De fameuze natuurvorser Jac. P. Thijsse was ook verknocht aan het eiland. Hij woonde van 1890 tot 1893 in het dorp Den Burg en noemde Texel in al zijn geschriften (waaronder de legendarische Verkade-albums) ‘het schoonste en rijkste van alle Waddeneilanden’. ‘Wandelen over Texel’, schreef hij, ‘behoort tot de mooiste dingen die een mensch op de wereld kan doen.’ 
 

Fietsen naar de fifties

Je kunt er ook fietsen. Over het smalle Skille­paadje tussen Oudeschild en de Hoge Berg bijvoorbeeld. Of over het zich in brutale bochten van De Koog naar De Waal slingerende Waal- en ­Burgerdijkje. Over de schitterende Ploeglanderweg. Langs het gefladder van ­duizenden vogels bij Dijkmanshuizen. Of langs de Eiland Galerij van Niek Welboren. Deze kunstenaar/drummer/racefietser woont en werkt samen met Kerstin Edelmann in de voormalige lagere school van meester Klimp in Zuid-Eierland. Hij schildert, zij maakt sculpturen. Ze hebben een charmante beeldentuin en beiden ­laten zich inspireren door de zon, de zee en het licht. Door Texel dus. “Soms hebben we twintig bezoekers op een dag, maar vaak ook komt er ­helemaal niemand”, zeggen Niek en Kerstin. Ze maken niet de indruk daaronder gebukt te gaan. Aan de ­andere kant: de schoorsteen moet wel roken. Dus hebben ze een van de voormalige lokalen ingericht als een klas anno 1950. Met tientallen oude schoolplaten van onder anderen Cornelis Jetses, lessenaartjes, een schoolbord met krijtjes, tel­ramen en leesplankjes met aap, noot en Mies. 
Links: Het Openluchtmuseum van Kaap Skil.
Rechts: Strandvondsten in Schipbreuk- en Juttersmuseum Flora.
 

Trots van de jutter

De sfeer in het klaslokaaltje doet je verlangen naar het even verderop gelegen Oosterend. ­Vroeger – voor zijn dood in 2012 – ging ik hier vaak een kopje koffie drinken bij Cor Ellen. De ­beroemdste jutter van Nederland woonde achter een tuin waarin alle door hem op het strand ­gevonden spullen schots en scheef door elkaar ­lagen. Hij vertelde er graag over. Twee kopjes ­koffie en je kon er een boek over schrijven. Bijvoorbeeld over dat aangespoelde televisietoestel, waar (“Zal je verdomme altijd zien”) geen afstandsbediening bij zat. Of over die brieffies die hij in smerig stinkende flessen aantrof en die hij dan beantwoordde. Hij was er zelfs Engels voor gaan leren (“I speak it very well now”). De jutterstuin van Cor was de kraamkamer voor twee ­musea: Kaap Skil in Oudeschild en Het Schipbreuk- en Juttersmuseum Flora tussen Den Burg en De Koog. Dat laatste is een vrolijke bric-à-brac van onder meer granaat­hulzen, kinderfietsjes, een BMW-motor­fiets, reddingsvesten, veiligheids­helmen, een kistje King George IV old Scotch whisky en pakjes custardpoeder. Cor had opvolgers. Eerst Sil Boon (overleden in 2013) en nu Maarten Brugge. Hij bestiert sinds kort met zijn vrouw Hotel De Waal, maar heeft het zelf liever over Juttershotel De Waal. Daar zijn meerdere redenen voor. Ten eerste is hij jutter, ten tweede kreeg hij van Cor Ellen diens met aangespoelde curiosa gevulde jutterskist (met ­bijbehorende vertelsels), en ten derde biedt hij juttersarrangementen aan. Bijvoorbeeld vier ­dagen Texel waarin samen met Maarten de vloedlijn wordt afgezocht, wordt onthuld wat je met de gevonden spullen allemaal voor verrassends kunt doen, en bij de open haard juttersverhalen worden verteld.
 

Formidabele golfbaan

Altijd wat te doen op Texel. Ook in het hoge noorden. Ooit een kaal, winderig landschap; nu bruisend als een pas geopende fles champagne. Met dank aan onder anderen Céline de Graaf, die ­Eetcafé De Rog in De Cocksdorp nieuw leven inblies. Met dank ook aan strandpaviljoen Paal 28, dat geliefd is om z’n gemarineerde, met stroop overgoten spareribs. En met dank aan Martin Warnaar, voormalig directeur van vakantiepark De Krim, die in 1990 vond dat ze onder De Cocksdorp maar eens een golfbaan moesten aanleggen. Er werd naar voorhoofden gewezen en er waren er die hem recht in zijn gezicht vroegen of hij krankzinnig was geworden. Moet je net Martin hebben. Eerst kwam er een 9-holesgolfbaan, nu ligt er een formidabele course met 18 holes. Binnen een jaar steeg het aantal bezoekers van 15.000 naar 35.000. Tijdig reserveren graag. Dat laatste geldt uiteraard ook voor het met een Michelinster begiftigde restaurant Bij Jef in Den Hoorn. En, in iets mindere mate, voor restaurant Rebecca in De Waal. We waren er twee jaar niet geweest, in Rebecca. We stapten binnen, werden ontvangen door gastheer Sebastiaan en hoorden hem na wat inleidende vriendelijkheden tot onze stomme verbazing zeggen: “Dat was u toch, ­meneer, die zo van zwezerik hield? We hebben er toevallig nog net eentje liggen.” Gastheerschap hoef je ze op Texel ook al niet te leren.
Links: De 18-holesgolfbaan is listig over duintjes gedrapeerd.
Rechts: Op de noordpunt van het eiland staat de vuurtoren.
 
Texel praktisch
  • Texel is vanuit Den Helder te bereiken na een 20 minuten durende boottocht. Reserveren voor de veerdienst is niet mogelijk. Kijk voor tarieven op www.teso.nl
  • Wie op Texel wil fietsen, moet bedenken dat het vaak goedkoper is te voet over te steken en een fiets op het eiland te huren, dan per auto met fietsen achterop naar het eiland te varen. Adressen van fietsverhuurders zijn te vinden op www.texel.net.
  • Op www.texel.net staat ook informatie over vakantiehuizen, hotels en evenementen.

Veel meer artikelen over het mooie eiland Texel leest u op www.plusonline.nl/texel

Bron(nen):
Trefwoorden:

Reactie toevoegen