Zijn vader kreeg alzheimer
De werkelijkheid viel bizar samen met het werk van acteur, muzikant en presentator Eric Corton (57). Terwijl hij op de planken stond met een solovoorstelling over dementie, kreeg zijn vader de diagnose alzheimer. “Ik kon rechtstreeks putten uit mijn eigen ervaringen.”
Creatieve duizendpoot Eric Corton is goed met woorden. Decennia radiowerk getuigen daarvan, net als zijn succesvolle solovoorstelling Ma, geënt op het gelijknamige boek van Hugo Borst over zijn dementerende moeder, waarmee Corton in 2018 terugkeerde naar het theater. Nu is er een nieuwe voorstelling, Pa, die veel – maar zeker niet alles – te maken heeft met het dementeringsproces van zijn eigen vaderIn een gesprek daarover blijkt dat hij ook goed is met daden die je misschien niet een-twee-drie achter deze man met zijn rock-‘n’-roll-imago zou zoeken.
Even terug in de tijd. Eric Corton, met twee getatoeëerde onderarmen een waardig boegbeeld van de alternatieve popmuziek in Nederland en zelf een verdienstelijke zanger en gitarist, wordt benaderd door de producent van Ma. Wil hij deze voorstelling op de planken brengen? Hij zegt ja, want acteur is hij ook en het onderwerp interesseert hem. Al weet hij op dat moment nog niet helemaal welke rol de ziekte in zijn eigen leven zal gaan spelen.
“Mijn vader had eind 2016 na 47 jaar zijn kapperszaak gesloten. In de periode daarna zei hij steeds vaker: ‘Ik weet niet eens meer welke dag het is.’ Dan zei ik: ‘Dat is toch niet zo raar?’ of: ‘Wat maakt het uit, je bent met pensioen!’ Maar dat niet-weten nam steeds grimmiger vormen aan. Hij raakte wat vaker de weg kwijt, letterlijk en figuurlijk. Rond de première van Ma had hij de diagnose alzheimer, in een vergevorderd stadium.”
Schrok je daarvan?
“Toen niet meer zo, maar het was een krankzinnige samenloop van omstandigheden die mij als acteur enorm uitdaagde. ’s Avonds op het toneel hadden de scènes die ik speelde een theatrale functie, overdag waren ze de realiteit. Dan weer zat ik bij een geriater plannen uit te denken voor de opvang van mijn vader, dan weer bij een casemanager om te kijken hoe de zorg geregeld kon worden. Ik moest bewindvoerder worden. Allemaal dingen die ook in de voorstelling zaten. Dus behalve raar en verdrietig was het ook leerzaam.”
Omdat je hierdoor wist hoe het écht voelde?
“Precies. Op een gegeven moment kon ik voor de voorstelling rechtstreeks putten uit mijn eigen ervaringen en verdriet. Ook raar, want eerder had ik als acteur altijd kunnen voorkomen dat ik als privépersoon op het podium kwam te staan.”
In Ma vertolkte je meerdere personages.
“Ja, behalve de zoon en de moeder speelde ik ook een verpleegkundige en een andere bewoner, in totaal zes rollen door elkaar heen. Een schizofrene toestand in je eentje!” Lachend: “Maar de voorstelling Pa is misschien nog wel wat schizofrener. De vader die ik daarin speel, is soms in dialoog met zichzelf, maar soms ook met zijn jongere ik. Daarnaast vertelt hij verhalen en anekdotes aan het publiek én hij maakt af en toe ruzie met zijn zoon, die ik ook speel. Ingewikkeld en tegelijkertijd leuk, want de regisseur, de scenarioschrijver en ik wilden niet met een tweede versie van Ma komen. Daar hadden we een punt achter gezet.”
Maar?
“We werden ingehaald door de werkelijkheid. Ik maakte in vier jaar tijd de totale aftakeling van mijn vader mee, bij de vader van de regisseur voltrok hetzelfde proces zich in anderhalf jaar en de scenarioschrijver verloor een dierbare tante aan alzheimer. Met die ervaringen wilden we iets doen, ook omdat dementie een kolossale impact heeft op iedereen die ermee te maken krijgt. In Nederland alleen al lijden 300.00 tot 400.000 mensen aan de ziekte, maar daar zit een schil omheen van familieleden, buren, vrienden, kennissen… Dan heb je het over 3 à 4 miljoen mensen. Bovendien kan de ziekte iedereen treffen.”
Afgaand op de titel kom je met deze voorstelling ook dichter bij jezelf.
“Toch niet. Pa is een verzonnen personage met eigen, unieke kanten waarin tegelijkertijd iedereen die met dementie te maken heeft of heeft gehad veel zal herkennen. Net als in het verdriet dat iemand als het ware uit je handen glijdt terwijl hij nog wel fysiek aanwezig is. Ik werk in de ouderenzorg en merk bij familieleden van dementerenden keer op keer dat dát misschien wel het moeilijkst te verkroppen is.”
De eerste keer dat ik iemand verschoonde, was even wennen. Maar ik kan het en goed ook
Werk jij in de ouderenzorg?
“Het begon ermee dat ik na het overlijden van mijn vader documentairetjes ging maken voor een grote zorgaanbieder. De suggestie was dat ik op de fiets door de provincie toerde en bij zorginstellingen ging kijken hoe het daar was. Zo kwam ik op een gegeven moment vlak voor kerst terecht in een verpleeghuis waar ik samen met de bewoners waxinelichtjes ging beplakken. Ik had zo’n plezier met die mensen, en zij met mij, dat ik aan het einde van de middag zei: ‘Ik kom een keer terug!’ Waarop iemand van de staf antwoordde: ‘Daar houden we je aan!’ Eerst ging ik er eens per maand liedjes zingen, maar al snel werd dat eens in de twee weken. Na een jaar bedacht ik dat ik ook zelf mensen kon gaan verzorgen. Ik heb een opleiding gevolgd en ben nu gediplomeerd verzorgende in de psychogeriatrie. Heb ik geen tijd, zoals nu, dan kook ik er twee keer in de maand. Maar zodra het kan, ga ik daar weer aan de slag.”
Zijn drive vindt Corton niet moeilijk te verklaren: hij is een doener met de neiging om altijd net een stap extra te zetten. “Daarbij wil ik nu, op mijn 57ste, bezig zijn met zinnige dingen. Wat ik in de kunst- en cultuurwereld doe, wil ik niet zinloos noemen. Maar de zorg is de echte wereld, met mensen die een pijnlijk deel van hun leven ingaan en wat mij betreft waardig en liefdevol verzorgd moeten worden. De eerste keer dat ik een ander dan mijn eigen vader verschoonde, was even wennen. Maar ik kan het, en goed ook. Al is het belangrijkste dat ik dicht bij de bewoners ben en ze het gevoel geef dat ze er mogen zijn. Dat maakt mij ook gelukkig.”
Natuurlijk weet hij dat de zorg voor ouderen wordt uitgekleed. Dat doet hem zeer. Wat hem stoort, is dat veel mensen niet verder komen dan klagen. “Je kunt ook wat dóen, denk ik dan. Ga bijvoorbeeld eens in de twee weken een uurtje wandelen ofkoffiedrinken met verpleeghuisbewoners. Of maak je nuttig voor de daklozen in je woonplaats, noem maar op. Als je ergens naar binnen gaat en vraagt of je kunt helpen, is het antwoord gegarandeerd: ja graag. Dan doe je iets waardevols voor anderen, maar ook voor jezelf. En het betaalde zorgpersoneel krijgt even lucht in alle dagelijkse drukte.”
Wat voor invloed had de dementie van je vader op jullie relatie?
“Mijn vader las alles wat los en vast zat, voor mij was hij altijd de man die veel wist. Dat brokkelt door deze ziekte voor je ogen af. Ineens kon hij de rits van zijn vest niet meer dicht krijgen, terwijl hij nog wel besefte dát hij het niet meer kon. Eerst zei ik: ‘Laat mij maar.’ Fout, daardoor werd hij kwaad van machteloosheid. Wat beter werkte, was: ‘Probeer het gewoon, en als het niet gaat, ben ik er.’
Wat ik nooit zal vergeten, is de eerste keer dat hij me niet meer herkende. Ik was een weekend bij hem en mijn moeder geweest, ging even iets in de auto leggen, en toen ik terugkwam keek hij me heel vreemd aan. Toen ik vroeg wat er was, zei hij: ‘Ik ken je wel, maar wat is nou de band?’ Ik antwoordde: ‘Dan denk ik dat ik goed nieuws heb: ik ben je zoon.’ Waarop hij met tranen in zijn ogen zei: ‘Dat hoopte ik al!’
Ik ben tijdens het hele proces dichtbij geweest, tot en met zijn sterven. Ik heb hem zelf afgelegd. Die vier jaar hebben me geleerd dat je ook zo van je vader of moeder kunt houden. Maar vooral dat je heel goed samen stil kunt zijn in het nu, want er komt een punt dat er geen verleden of toekomst meer is, alleen dat moment. ‘Hier is je koffie’, zei ik dan tegen mijn vader, en een paar minuten later vroeg ik: ‘Lekker?’ Dan zei hij: ‘Ja, lekker.’ Zo zaten we daar gewoon.
Eigenlijk wil ik dat nog steeds: meer in het heden zijn, een gesprek met volle aandacht voeren. Dat valt niet mee in deze maatschappij met overal prikkels om je heen, maar ik probeer het wel.”
Ma was behalve een persoonlijk verhaal een aanklacht tegen de verschraling van de zorg voor ouderen. Heeft Pa ook zo’n overkoepelend thema?
“Dan kom ik uit bij waardigheid. Toen ik tijdens een examen voor mijn zorgopleiding de vraag kreeg hoe ik iets specifieks aanpakte bij de ‘cliënten’, zei ik meteen: ‘Dat woord trek ik niet.’ De zorg is geen zakelijke transactie, we hebben het over mensen. Mensen die allemaal een verhaal hebben, dat willen ze kwijt. Misschien is het niet meer coherent, maar het mag óók bestaan. Om me heen zie ik de neiging om mensen met dementie terug te fluiten wanneer ze iets vertellen wat niet klopt: ‘Nee, zo is het niet gebeurd!’ Terwijl, als je meegaat in hun fantasie, ontstaat er een heel nieuw verhaal. Dan is iemand wél met een olifant over de Alpen getrokken, of wat dan ook. Een van de bewoners in het verpleeghuis was vroeger mijnwerker. Als ik vraag hoe zijn dag was, vertelt hij over de mijn. Er is ook een vrouw met afasie die geen begrijpelijk woord meer uitbrengt, maar ze praat honderduit. Vaak gieren we samen van het lachen. Als ze begint te snikken, sla ik een arm om haar heen. Omdat ze een méns is. Dus misschien is dat mijn aanklacht, dat mensen in zorginstellingen vanwege te weinig personeel en dus geen tijd voor persoonlijke aandacht nog veel te vaak met een pilletje in een stoel voor de tv worden gezet.”
Heeft de hoofdpersoon in Pa ook zo’n fantasie?
“Zeker! Hij heeft als jongeman een hitje gescoord en was het liefst doorgegaan in de muziek. In die laatste levensfase wordt dat zijn werkelijkheid. Een mooie gelegenheid voor mij om te zingen en gitaar te spelen.”
Heb je weleens nagedacht over wat je wilt als de ziekte jou treft?
Met een donkere blik: “Mijn vader had dit allemaal niet willen meemaken. Hij heeft ook steeds zijn handtekening gezet onder wilsverklaringen, tot dat niet meer kon. Als gezin hebben we een heel dossier aangelegd, talloze gesprekken gevoerd om te zorgen dat hij eruit kon stappen als het lijden ondraaglijk werd. Uit liefde. En dan is er dus één geriater die zegt: ‘Meneer is wilsonbekwaam, dus euthanasie is geen optie.’ Hartverscheurend. Begrijp me goed, ik ben voor zorgvuldigheid. Maar de huidige wet dwingt je om euthanasie te laten uitvoeren als je daar feitelijk nog niet aan toe bent. Dat moet beter, menselijker.”
Dementie kun je niet voorkomen, maar een gezonde leefstijl helpt wel degelijk, beseft Corton. “Ik rook niet, fiets en wandel veel, eet al vijftien jaar geen vlees meer en ben sowieso beter op mijn eten gaan letten. Tussen 2016 en 2020 ben ik bijna 35 kilo afgevallen en sindsdien blijf ik redelijk stabiel. Ook doordat ik in 2016 ben gestopt met alcohol drinken.” Grijnzend: “Terwijl ik daar héél goed in was!”
Je hebt dus veel discipline?
“Wel als ik weet waarvoor ik het doe, al is het ook een kwestie van ouder worden en waarschuwingen krijgen. In 2016 was er van alles mis: ik was veel te zwaar, had een te hoge bloeddruk en een te hoog cholesterol. Radicaal stoppen met alcohol was toen sowieso handig, want als er iets was met mijn vader, moest ik soms acuut in de auto springen. Maar de mentale scherpte die ik ervaar sinds ik niet meer drink, is misschien wel het belangrijkste. Daardoor kon ik die 46 pagina’s tekst van Pa ook een stuk gemakkelijker uit mijn hoofd leren.”
Eric Corton (1969) is acteur, zanger, presentator, diskjockey en schrijver. Hij heeft een royaal radio- en televisieverleden en is sinds 2021 verbonden aan radiozender Kink. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen. Je vindt de speellijst van zijn nieuwe voorstelling Pa op theater.nl.
Dit artikel verscheen eerder in Plus Gezond maart 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.
- Plus Gezond