Lage rente: gunstig, of juist niet?

Huizenverkopers zijn blij met de lage rente. Maar anderen kost het geld. Wat betekent het voor ons?

Gratis geld en negatieve rente: vijf jaar geleden had niemand er nog van gehoord. De Europese Centrale Bank (ECB) wordt vaak gezien als de veroorzaker van de verschrompelde rente. De ECB drukt inderdaad al tien jaar nieuwe bankbiljetten bij om de inflatie een beetje aan te wakkeren. Maar er zijn ook andere factoren. Zo leven in Europa mensen langer en sparen we steeds meer. Pensioenfondsen doen daaraan mee door steeds meer kapitaal apart te zetten voor hun langer levende deelnemers. Dit drijft de spaartegoeden op. Er is spaargeld in overvloed en als ­ergens een overschot aan is, daalt de prijs. In dit geval de rente. Die aanzet tot sparen begon al een jaar of vijftien geleden, lang voordat de ECB de geldpers ­aanzette. Dat heeft voor iedereen andere gevolgen. We zetten de ­belangrijkste op een rij.

1. De overheid

De grote winnaars van de historisch lage rente zijn de overheden. Wie had durven ­denken dat de Griekse staat ­onlangs een half miljard euro aan staatsleningen binnenhaalde tegen een rente van -0,02 procent? Ook Nederland en Duitsland ­verdienen dik geld aan het uitschrijven van staatsleningen. ­Terwijl de staatsschuld stijgt, groeien ook de inkomsten van onze overheid uit staatsleningen. Alleen al vorig jaar bespaarde de lage rente Nederland meer dan 60 miljard euro aan rentelasten.

2. De verkopende huiseigenaar

Afgelopen jaar beleefden huizen­verkopers in de grote steden gouden tijden. De lage rente stelt huizenkopers in staat de vraagprijs te overbieden. De kopers zijn amper geld kwijt aan hun hypotheek, waarvan de rente rond de 2 procent schommelt. Tien jaar geleden stond de hypotheekrente nog op 5,5 procent. Dat scheelt in de ­huishoudportemonnee algauw €300 per maand. Wie in Denemarken een huis koopt, krijgt zelfs al geld toe op kortlopende hypotheken. Een lening van één jaar levert de koper daar €575 op, in de vorm van een gratis extra ­aflossing; bij een looptijd van vijf jaar is dat €100. In Nederland zijn zulke financiële cadeautjes (nog) niet aan de orde. De banken verdienen hier nog goed aan hypotheken die zij ­verstrekken. Voor de verkopers van huizen bestaat hun winst in veel gevallen slechts op papier. Een ­andere woning is net zoveel in prijs gestegen. Alleen wie fors kleiner gaat ­wonen, houdt in de huidige ­huizenmarktgekte geld over.

3. De jonge huizenkoper

Jongeren die op jacht gaan naar een koopwoning zijn de grote verliezers in de huidige rentemarkt. Zelfs als zij van hun (groot)ouders een belastingvrije gift van €50.000 mee krijgen, worden zij in de grote steden afgetroefd door huizenzoekers die al tijdens de eerste bezichtiging fors boven de vraagprijs bieden omdat zij flink verdienen aan hun oude woning.

4. Beleggers

De ongelijkheid tussen mensen met en zonder vermogen is de laatste jaren toegenomen. Beleggingen in aandelen en onroerend goed zijn flink in waarde gestegen. Terwijl spaarders op een houtje bijten, wrijven beleggers zich in de handen: de Amsterdamse beursindex AEX steeg in drie jaar met bijna 30 procent, ondanks alle ups en downs als gevolg van handelsoorlogen en onzekerheid over een eventuele Brexit. De vijftig grootste beursgenoteerde bedrijven in de AEX deelden vorig jaar volgens Het Financieele Dagblad 50 miljard euro uit aan hun beleggers, in de vorm van dividend en koersstijging door de inkoop van eigen aandelen.

5. Gepensioneerden

De berichten over pensioenkortingen maken ­gepensioneerden almaar wanhopiger. Vrijwel alle grote fondsen dreigden te moeten korten op de pensioenen. Miljoenen gepensioneerden zouden dan moeten inleveren. Iemand met een maandpensioen van netto €1500 zou er dan tot €120 op achteruit kunnen gaan. Maar eind van het jaar bleek dat door een vrijstelling van de minister veel kortingen voorlopig niet nodig zijn. In het pensioendebat draait het om de vraag of de fondsen, die op zich over ferme reserves beschikken, in hun boekhouding mogen rekenen met een hogere rente dan de huidige rekenrente. Tien jaar geleden verdienden zij nog bijna 4 procent rente op veilige staatsleningen. Nu is dat een rente van -0,4 procent, een negatieve rente dus. Voor hun inkomensstroom is dit rampzalig.

6. Spaarders

Rentenieren is er ­voorlopig niet bij voor spaarders. Als je dertig jaar geleden 20.000 gulden op de bank zette, werd er aan het eind van het jaar 900 ­gulden rente bijgeschreven. Wie nu hetzelfde spaart, krijgt een ­tientje. Althans, bij banken als ING en ABN Amro. De duurzame bank Triodos ­hanteert inmiddels een negatieve rente. Eigenlijk betaal je als ­spaarder al langer een negatieve rente. Want bij een rente van ­nagenoeg nul procent en een inflatie van 2 procent kachelt je spaarrekening per saldo elk jaar 2 procent ­achteruit.

Bron: Plus Magazine